Roelien woont met haar man en twee zoons in een rustige buitenwijk. “We hebben het goed voor elkaar,” vertelt ze. “Beide werk, een koophuis, twee fietsen en één auto. Meer hebben we niet nodig. Maar die auto is inmiddels niet alleen van ons meer, zo voelt het tenminste.”
Nieuwe buren met grote idealen
Twee jaar geleden kwamen er nieuwe buren naast Roelien wonen: een jong gezin met een dochtertje van drie. “Lieve mensen hoor,” zegt Roelien. “Zachtaardig, vriendelijk, altijd in voor een praatje. Maar ze hebben ook heel duidelijke ideeën over hoe de wereld zou moeten zijn.” De buren geloven in de deeleconomie. “Niet iedereen hoeft een boormachine, een auto of een grasmaaier, zeggen ze dan. Als je deelt, verbruik je minder grondstoffen en help je elkaar.” Roelien vond het in het begin best charmant. “Ik leende gerust mijn snoeischaar uit of gaf een doosje eieren mee als ze iets misten. En toen ze voor het eerst vroegen of ze onze auto mochten lenen voor een ziekenhuisbezoek, zei ik volmondig ja.”
Van uitzondering naar gewoonte
Maar inmiddels is het geen uitzondering meer. “Hun dochter heeft veel zorg nodig en daarvoor moeten ze regelmatig naar een ziekenhuis verderop. Soms meerdere keren per week. En steeds weer vragen ze of ze onze auto mogen lenen.” Volgens Roelien is het probleem niet dat de buren geen auto kúnnen kopen, maar dat ze niet wíllen. “Ze zeggen dat ze geen auto nodig hebben. En dat als iedereen zijn spullen gewoon deelt, niemand er zelf een hoeft te hebben. Maar ondertussen lenen ze die van ons al maandenlang.”
Geen haast, geen initiatief
Wat het voor Roelien extra lastig maakt, is dat de buurman niet echt de handen uit de mouwen steekt. “Hij werkt niet veel, een beetje freelance dit of dat. Maar het meeste van de dag zit hij op zijn balkon met een boek of hij is in gesprek met iemand over ‘systemische verandering’ of ‘maatschappelijke bewustwording’. Mooie woorden hoor, maar ondertussen betalen wij de wegenbelasting en de verzekering.” Ze zucht. “Zijn vriendin werkt parttime, ze hebben het niet breed. Dat snap ik. En ik wil ook echt niet kil zijn. Maar ik vind het moeilijk te verteren dat er zo principieel wordt gedaan over het niet hebben van een auto, terwijl ze die wél voortdurend nodig blijken te hebben.”
Steeds minder comfortabel
Roelien merkt dat ze zich steeds ongemakkelijker voelt. “Ze vragen het altijd vriendelijk hoor, met een ‘alleen als het uitkomt’. Maar als ik dan zeg dat het eigenlijk niet handig is, kijken ze bijna teleurgesteld. En dan voel ik me weer schuldig.” Vooral vanwege hun dochter. “Die is vaak ziek. En natuurlijk wil je dan niet moeilijk doen. Dus ik zeg toch maar weer ja. Maar van binnen denk ik: dit is niet eerlijk meer.”
Schuldgevoel versus frustratie
“Ik heb geen behoefte om een burenruzie te beginnen,” zegt Roelien. “Maar ik heb ook geen zin om mijn grenzen te blijven overschrijden, alleen omdat zij principieel zijn. Het voelt alsof hún idealen nu op mijn schouders rusten.” Wat het extra lastig maakt: de buren laten geen enkele beweging zien richting een eigen oplossing. “Ze hebben geen concrete plannen om ooit wél een auto aan te schaffen. Ze blijven erbij: lenen is beter. Maar als je zó afhankelijk bent, dan moet je daar toch iets mee doen?”
Wat moet ze doen?
Roelien overweegt inmiddels om er een keer goed met hen over te praten. “Ik wil niet bot zijn, maar ik wil ook niet blijven meebewegen in een situatie die ik als oneerlijk ervaar. Misschien moet ik aangeven dat het lenen van onze auto echt bedoeld was voor af en toe, niet als structurele oplossing.” Toch twijfelt ze. “Zeg je dan indirect: regel het maar zelf, ook al gaat het om je zieke kind? Ik wil geen harteloos mens zijn. Maar mijn geduld raakt op.”
Afbeelding: Freepik



Joris -
Hebben ze internet thuis (al dan niet gratis vis jullie wifi)…? Laat ze het nummer van de lokale taxicentrale opzoeken…