Wonderhond, blog van Giselle Ecury

Mensen die géén hond hebben, zijn vaak verbaasd, dat liefhebbers van deze trouwe viervoeters alles over hebben voor hun beestje, zelfs vrije tijd. Voor geen goud zouden ze hem willen missen. Dat geldt zeer zeker voor ons. Sterker nog. Labrador Molly kleurt onze dagen.

Alleen al het gegeven, dat je met een dier werkelijk kunt communiceren, vind ik een verrijking. Bij sommige mensen kan het je gebeuren, dat je volkomen langs elkaar heen praat, hoe goed je ook iets probeert uit te leggen of hoe intensief je je ook hebt verdiept in de denkwijze van deze persoon. Je probeert het gezellig te houden, gaat nergens op in, laat het de kant opgaan van die ander, die je bij het afscheid naroept dat het zó leuk was, dat zij of hij hoopt op een snel weerzien. Met wallen onder je ogen aanvaard je de terugreis. Pffffffffffffff.

Neem dan Molly. Een huisdier. Hangoren, een kwispelstaart. Schrandere ogen. Niets bijzonders aan. Maar als zij me aankijkt, smelt ik en weet ik precies wat te doen. Soms bedoelt ze, dat haar water op is. Dat er onder de bank een macadamia ligt, die ik al de dag ervoor heb laten vallen en dat het nu onderhand tijd is, dat zíj hem mag opeten. Dat haar bal onder de kast gerold is en dat zij er graag mee wil spelen. Nee, echt, ik interpreteer haar blik niet op een wijze die mij uitkomt. Ze vertelt het gewoon. En niets is me teveel. Het vertedert, maakt vrolijk, geeft massa’s energie.

Een bijkomstigheid is, dat je met je hond door weer en wind uit moet, zodat zij buiten haar behoeften kan doen. Doorgaans vinden mensen dit vreselijk, vooral als het hondenweer is of guur. Ze heeft ook nog eens gitzwart haar, dat met regelmaat uitvalt en dat vrijwel dagelijks opgezogen moet worden. Met andere woorden: Molly zorgt voor extra werk. Molly dirigeert tevens mijn dagritme, want doordat ze er met regelmaat uitmoet voor die plas en zo, dien ik ervoor te zorgen bijtijds thuis te zijn, of iemand te organiseren die mij vervangt.

Volmondig kan ik zeggen, dat deze dingen niet opwegen tegen het plezier, dat wij hebben met Black Molly. Van hondenweer – what’s in a name? – gaan je wangen zo lekker gloeien. Wonen aan de kust maakt je huis zanderig, dus stofzuigen moet toch. Meestal vergezelt Molly ons op onze uitstapjes buiten de grenzen van onze kampong. Overal is ze graag gezien. Ze gaat slapen en laat niets van zich horen.

Neem nu ons recente tripje naar Zwitserland. Ze ligt dan achter in de auto in haar mand, terwijl wij blazen over de autobaan. Je hoort of ziet haar niet. Het is dat wij na een paar uur zeggen, dat Molly haar poten even moet strekken (terwijl we natuurlijk eigenlijk bedoelen, dat we zelf behoefte hebben aan een sanitaire stop). Zouden we onverhoeds doorrijden, dan maakt zij daar geen enkel bezwaar tegen. Ze slaapt, draait af en toe een rondje en snurkt door met haar kop naar de andere kant.

Steek geen vinger uit naar onze auto, probeer niet naar binnen te gluren. Haar zware blaf schrikt iedereen af. Niet dat we haar alleen achterlaten in een overvolle auto. Wij gaan om de beurt naar de wc en ze houdt alles in de gaten, hetzij vanuit haar positie in de mand, hetzij tijdens een loopje over het parkeerterrein. Ondertussen vuurt ze zo haar vragen op me af: “Waar gaat de baas heen? Komt hij terug? Wat ga jij nu doen? Achter het stuur zitten om er vandoor te gaan? Maar hij is er nog niet, even wachten dus! Zie ik hem daar? Ach, jammer, het was iemand anders met een bruin jack. Dáár! Daar issie! Zie je het ook? Gelukkig, het roedel is weer compleet!” Mevrouw vlijt zich neer en we kunnen verder.

Hartverwarmend is de aankomst in een hotel. Zodra mand en bagage neergezet zijn, is het tijd voor een lange wandeling. Voor ons minstens zo noodzakelijk, na dat stilzitten in de auto. Haar maaltijd volgt, een prachtig ritueel, waarvan ze met hart en ziel geniet. En daarna? Ze kent haar plaats. Ze gaat braaf in haar mand liggen en kijkt ons aan.

“Zo. Nu zijn jullie aan de beurt,” zegt haar blik. “Ga maar lekker uit eten. Ik pas op dit tijdelijke huisje. Tot straks.” Is het geen wonderhond?

Copyright  2013 © Giselle Ecury

Lees ook de andere blogs van Giselle

Giselle Ecury werkt aan een nieuwe roman. In 2011 schreef zij de inleiding voor het levensverhaal van een in 1996 overleden psychiater en opende ze aan de universiteit van Berkeley met een autobiografisch verhaal een congres. De andere daar aanwezige literator was Adriaan van Dis. Hun verhalen worden opgenomen in een boek. “Vogelvlucht” is haar laatst verschenen dichtbundel (2011). Eerder verschenen “Terug die tijd” (gedichten, 2004/2005) en de romans “Erfdeel” (2006) en “Glas in lood” (2009). Giselle schrijft regelmatig voor Damespraatjes. In het voorjaar van 2013 verschijnt haar nieuwe roman.

Een gedicht uit  “Vogelvlucht” werd onlangs opgenomen in het boek “De 100 beste gedichten”, dat uitkwam ter gelegenheid van de VSB Poëzieprijs.



Reageer ook