To & Ko Aflevering 10: Dagboek

to_en_ko_aflvering_10.jpg
Waar haalde zo’n bakvis dergelijke taal vandaan? Ko vroeg het zich in een roes af en in dat moment tussen slapen en er toch nog bijblijven groeide buiten hem om een respect, een soort hechtheid die hun vriendschap zou gaan bepalen. To begreep hem beter dan wie ook, zonder dat ze hem wilde begrijpen. Hij zou altijd bij haar in de buurt blijven, want dat hielp. Haar en hem. Zo stond het geschreven en zo krulde hij zijn staart op de rare kussens op de zolder, de plek waar hij voortaan het liefst zou slapen.
To was nog lang niet klaar met de dag. Ze opende ramen, snoof luchten in en schreef in haar dagboek. Dat begon altijd met dezelfde zin; “Dag boek. Hier ben ik weer. To. Je kent me niet, maar dat komt nog wel. Vandaag was alweer een dag om niet te vergeten. Ik heb een vriend maar hij weet dat nog niet.” Ze krabbelde met haar potlood verder en vertelde van de bovenmeester en de vele broers en zusters die Ko had maar die er niet waren.”

Instanties
Ineens stond haar stiefvader breeduit in de deur: “To, hoe was het op school”. Ze blies hem toe: “Heel goed, alles gaat toch altijd goed met mij?”
Haar vader keek streng: “To, je moet begrijpen dat je nu een leerling bent, iemand die gaat leren. Ik wens geen klachten te krijgen van instanties.”
Instanties, zoals hij, Harry, het uitsprak leek het wel of er hele ministeries waren ingeschakeld om haar gangen na te trekken. To zette haar meest verbaasde blik op en fleemde: “Pappa, ik zal alles leren wat ik moet leren, maak je maar geen zorgen. De bovenmeester heeft mij al direct in zijn kantoor geroepen, nog voor de lessen begonnen. Hij wist dat jij mijn vader was en dat ik een speciale behandeling nodig had.”
De man aan de ingang knikte dat het goed was. “To, je moet nu wel gaan slapen”.

Wat doet die hier?
To gaapte: “Je haalt me de woorden uit mijn mond, ik wilde net mijn huiswerkschrift sluiten.” Ze klapte haar dagboek dicht en schudde iets met lakens in zijn bijzijn. Vader, nou ja stiefvader, stootte met zijn voet tegen Ko: “Wat doet die hier nu weer?”Alsof Ko hier al jaren op de zolder kwam slapen, zo vroeg hij wat het te beteken had.
To hapte naar adem om bedenktijd en wist ineens met haar liefste lachje te melden: “Ach ja, dat is Ko. Zijn ouders moesten uit vandaag en morgen en overmorgen…en hij heeft zoveel broers en zussen dat er voor hem niet altijd plaats is. Ze moeten om de beurt uit slapen gaan, want anders zijn de bedden vol, dus ik dacht ….”
“Jij moet niet denken, To. Dan gaat alles fout”.
“Ik weet het pappie, ik dacht ook niet echt. Ik deed gewoon wat jullie altijd zeggen: “Ons huis staat open voor iedereen”.

Wordt vervolgd….

Auteur Renée de Haan, tekeningen Mirjan van de Hel
Meer over Renée en Mirjan
Lees ook deel 1
Lees ook deel 2
Lees ook deel 3
Lees ook deel 4
Lees ook deel 5
Lees
ook
deel 6

Lees
ook
deel 7

Lees
ook deel 8

Lees ook deel 9


Reageer ook