Postduif met symbolisch staartje

Afgelopen week zat er opeens een geringde postduif in onze tuin. Wij waren beiden verbaasd. Hij draaide vriendelijk met zijn kop, waardoor de zon zijn nekveren wonderlijk kleurde van lila tot zeegroen. Er fladderden direct gedachten bij me op: Symbolisch, zo’n duif. Wat kan dat betekenen?

Een goede vriend zei op zijn sterfbed tegen zijn vrouw: “Ik kom af en toe bij je terug als duif.” Ik dacht aan hem, dacht: Gaat er iemand dood? Brengt deze duif een boodschap? Of issie gewoon verdwaald of ziek? Hij bewandelde het terras en pikte tussen de tegels hier en daar wat op. Ik begreep het: hij had honger! Ik strooide wat vogelzaad en dat maakte hem zielsgelukkig. Nu zette het gepik tenminste zoden aan de dijk!

Water, dacht ik. Hij moet natuurlijk vooral drinken! Ook van die service werd gretig gebruik gemaakt. Het was aandoenlijk om te zien hoe die duif zich tegoed deed. Hij kwam er helemaal van bij en liet zelfs af en toe zijn amberkleurige ogen vriendelijk rusten in mijn blik.

Het leek, alsof hij niet kon vliegen. Toch gewond? Naar de vogelopvang brengen? Maar dan moest ik hem vangen en zou hij van de schrik misschien verdwijnen en meteen nog verder van huis zijn. Ik besloot het aan te zien. Het was zacht zomerweer, katten zitten hier niet. Alles ging goed. In de loop van de dag pikten wat eksters een graantje mee. Duif oogde direct minder eenzaam. Maar ’s avonds zag ik hem nergens meer. Vertrokken? Toch opgegeten? Veertjes lagen er niet, ik wachtte af. Tot mijn verrassing stond Duif er de volgende ochtend mooi gekleurd op in de ochtendzon. Hij leek een ontbijt te verwachten op een nieuw stekkie: de teakhouten tuintafel. Fladderen kon hij dus, en vliegen misschien ook wel. Hij ging relaxed op de rugleuning van een stoel uitbuiken. Met respect hield ik afstand.

Van tijd tot tijd strooide ik voer, verfriste ik het water en loodste ik al doende mijn gast ook door deze dag. ’s Avonds zocht hij het hogerop. De dakrand boven ons slaapkamerraam bleek voor hem een ideaal rustpunt en zodra ik ’s ochtends de keukendeur opende, zeilde hij naar beneden. Die dag hoorde ik hem zelfs koeren –had meneer het naar zijn zin? Ik kon bij hem komen tot op dertig centimeter. Aandoenlijk, dat vertrouwen, maar uit mijn hand at hij niet. Zodra ik bewoog, nam hij afstand. Zo kon ik zijn ringnummer niet ontcijferen: verder dan 187 kwam ik niet.

Giselle, dacht ik, go with the flow. Niet vangen, laat gaan. We begonnen echt aan elkaar te wennen. Pas toen het weer omsloeg, vond ik het niet langer verantwoord. Een kenner zou hem in rust kunnen pakken om zijn identiteitsnummer te lezen en de eigenaar op te sporen, zodat hij naar zijn hok terug kon. Ooit had iemand me verteld, dat die zijn nek zou omdraaien, “want een duif die verdwaald is, is waardeloos”. Gruwelijk. Maar de regen sloeg inmiddels tegen de ruiten, de wind joeg aan en mij op en Duif weigerde gebruik te maken van onze garage. Met opgezette veren zat hij uit de wind, maar op zijn dakrand, in de slagregen. Kon ik hem de slaapkamer maar inloodsen. De volgende ochtend zat hij echter gewoon rustig en opgefrist te koeren tussen het voer. Laat gaan, komt goed, leek hij te zeggen.

Zou ik mijn buikgevoel volgen, dan had ik zijn advies opgevolgd. Maar toen ook nog eens de temperatuur daalde, zei mijn verstand, dat dit beestje naar binnen moest, zoals hij dat gewend was. Ik heb toch contact gezocht met een duivenmelker. Hij zou na het weekend even komen. Maar op zondagavond was mijn vogel plotseling gevlogen. Gek. Ik wist meteen, dat hij definitief weg was. Naar huis terug? Of wou hij zich gewoon niet laten vangen?

De echtgenote van de duivenmelker boezemde me vriendelijk vertrouwen in, al bevestigde ze dat, van dat omdraaien van het nekje… Haar man deed dat nooit, haastte ze me te vertellen, die hield zulke diertjes dan liever zelf. Had ik toch te lang gewacht?

Symbolisch, zo’n abrupt vertrek? Ik hoop van niet. Want wat zou dát dan betekenen? Toevallig kreeg ik daags na de allereerste duiflanding namelijk het droevige bericht, dat een van mijn dierbaren kanker heeft en binnenkort zal overlijden. Nog iets raars: Op diezelfde dag stond de weduwe van de vriend, die als duif zou terugkeren, sinds maanden weer eens op ons antwoordapparaat. Haar boodschap? Kom gauw eens gezellig bij me eten. Gaan we doen!

Copyright  2012 © Giselle Ecury

Lees ook de andere blogs van Giselle

Giselle Ecury werkt aan een nieuwe roman. In 2011 schreef zij de inleiding voor het levensverhaal van een in 1996 overleden psychiater en opende ze aan de universiteit van Berkeley met een autobiografisch verhaal een congres. De andere daar aanwezige literator was Adriaan van Dis. Hun verhalen worden opgenomen in een boek. “Vogelvlucht” is haar laatst verschenen dichtbundel (2011). Eerder verschenen “Terug die tijd” (gedichten, 2004/2005) en de romans “Erfdeel” (2006) en “Glas in lood” (2009). Giselle schrijft regelmatig voor Damespraatjes.

Een gedicht uit  “Vogelvlucht” werd onlangs opgenomen in het boek “De 100 beste gedichten”, dat uitkwam ter gelegenheid van de VSB Poëzieprijs.


Reageer ook