Opgeruimd staat netjes

Overkomt het je ook wel eens, dat er zomaar iets gebeurt, waardoor je denkt: ‘Dit is te mooi om waar te zijn?’ Onlangs overkwam het mij. En ik kan er nog steeds om lachen!

Afgelopen zaterdag had ik een literaire bijeenkomst in Amsterdam. Buiten was het somber en grauw. We zaten in een ruimte zonder ramen en dan vergeet je zoiets snel. Want binnen scheen de zon. Het was gezellig, warm en informatief. Omstreeks vier uur in de middag namen we afscheid van elkaar en stapte ik weer in de auto op weg naar huis.

Bij een eerste stoplicht keek ik rond. Zo’n industrieterrein werkt toch deprimerend op me in. Megagrote, meest grijze hallen, waarin men wellicht door de weeks allerlei activiteiten ontplooit, maar die er in het weekend doods bijliggen. De parkeerterreinen daarentegen worden wél benut – een plaats is hier nog gratis, dat scheelt in Amsterdam per definitie een heleboel. Er is dus beslist veel verkeer tussen de rondweg A10 en snelweg A2/A9. Eveneens zijn er bijvoorbeeld keukentoonzalen en badkamershowrooms, die bij uitstek in het weekend worden aangedaan. Maar verder leunt alles loodgrijs op je, zeker bij dat grauwe weer.

Met de zon nog in mijn hart, nadenkend over de vruchtbare samenwerking, stuurde ik de auto richting Alkmaar. Er was veel verkeer op de weg, maar de doorstroom was uitstekend. Soms kun je dat zo hebben. Daar was de Wijkertunnel al, een duik in het donker met aan het einde ervan altijd weer: licht! Althans overdag, nu de dagen lengen helemaal.

En kijk – dit keer brak aan de andere kant van het water de grijze lucht open en knalde het blauw je tegemoet. Naarmate Alkmaar in zicht kwam, scheen de zon uitbundig, was de hemel wolkeloos. Binnen in totaal vijftig minuten stond ik op onze oprit. Een prachtige eindtijd, terwijl ik me braaf gehouden had aan de opgelegde maximale snelheid.

Mij wachtte een uitbundig welkom, bereid door labrador Molly. À la minute besloot ik haar te belonen met een strandwandeling. Waarom niet? Ik trok vliegensvlug mijn wandelstappers aan – zij kreeg al vermoedens, volgde zenuwachtig en vooral kwispelend elke handeling nauwkeurig. In de nog nadampende VW togen wij naar Camperduin, het einde van de wereld, daar waar de Hondsbossche Zeewering begint. Hoewel het parkeerterrein, gewoon op een boerenerf en nog tot 1 april gratis, behoorlijk vol was, bleek het strand nagenoeg leeg.

Een handvol mensen met kinderen of honden deelde dit betoverende moment, het besluit van de zo somber begonnen dag. De zee kabbelde, fluisterde eentonig steeds hetzelfde in mijn oren. Boven de rustig rollende schuimgolven hing de zon. Zij liet zich in vol ornaat zien, voordat ze zou onderduiken naar de andere kant van de wereld. Molly drentelde, rende, zwom en danste. Ze vond een stuk visnet, een lege spafles die het moest ontzien, een stuk hout. Vol van alle goeds dat de natuur mij en de zee haar al wandelend bood, werd mijn hoofd leeg. Ik genoot als altijd van mijn vrolijke viervoeter. Waar was ze nu?

Daar kwam ze aangerend. Natuurlijk met een nieuwe trofee in haar bek. Glanzend in het zonlicht galoppeerde ze langs de vloedlijn, haar oren golfden mee in de wind.

‘Kijk! Kijk nu toch, wat ik gevonden heb,’ leken haar ogen en houding me te vertellen. Ik schoot in de lach toen ze dichterbij was. Triomfantelijk toonde ze me de inhoud van haar bek. Een Wc-borstel. Overboord geslagen in een storm? Onmiddellijk hoopte ik, dat ze nu haar “grote boodschap” eindelijk zou gaan doen. Wie weet. Wat zou dat een mooi plaatje opleveren, een super Youtubefilmpje. Voor de zekerheid hield ik de camera van mijn telefoon stand-by. We keerden terug naar Camperduin. De steel van de borstel bleef de hele weg op dezelfde wijze geklemd tussen Molly’s kiezen. Soms veegde ze het strand aan, sopte ze even de golfjes die brutaal hogerop rolden. Bijna iedereen werd er vrolijk van, vooral ik. Ook al bleef deze keer “bruintje op stal” en kon ik mijn plastic zakje en Molly haar hulpstuk ongebruikt opbergen bij de strandopgang. Braaf legde ze haar pleeborstel bij de Kliko neer. Opgeruimd staat netjes. Hoe dan ook was het ding functioneel geweest. En het tafereel was toch te mooi om waar te zijn.

Copyright © 2011 Giselle Ecury

De nieuwe dichtbundel van Giselle Ecury is onlangs verschenen, die de titel Vogelvlucht draagt. Dit is haar vierde boek. Eerder verschenen Terug die tijd (gedichten, 2004/2005) en de romans Erfdeel (2006) en Glas in lood (2009). Giselle schrijft regelmatig voor Damespraatjes.


Reageer ook