Onze André Kuipers neemt en geeft de ruimte, Giselle Ecury

Tijdens de ochtendwandeling met onze hond trof mij een mals buitje. Al snel hield het op met zachtjes regenen. Labrador-lief keek naar me op. Haar blik sprak boekdelen. ‘Ben jij nou een waterhond?’ vroeg ik haar. Ze bleef stokstijf staan. We móesten terug. Tja, en wat doe je dan als je onverwacht veel eerder thuis bent dan gepland? Iets wat ik in elk geval midden op de dag nooit doe: ik zette de TV aan. Precies op dat moment begon een documentaire uit 2005 over onze astronaut, André Kuipers, die zich nu voor de tweede keer in de ruimte bevindt. Gefascineerd bleef ik kijken, terwijl ons hondenschatje zich schurkte in haar mand en snurkte, dat het een lieve lust was, zich nergens van bewust.


De beelden van Rusland treffen mij altijd. Misschien omdat ik vroeger diep onder de indruk was van de filmklassieker Doctor Zjivago, een meesterwerk uit 1965/’66, naar een roman van Boris Pasternak. De opnamen van die enorme vlakten, de besneeuwde bossen, het straatleven, de velden vol bloeiende narcissen. De meeslepende muziek – Mancini’s “Lara’s theme” – en natuurlijk het verhaal dat zich ontspon tussen Joeri (Omar Sharif!) en Lara. Alles is me bijgebleven en zodra ik iets zie uit dit immens grote, niet echt te doorgronden land, strijkt de balalaika mij het “Somewhere, my love” weer zacht tegemoet.

De televisie stond dus aan, de regen sloeg tegen de ruiten. Binnen zat ik middenin een flinke sneeuwbui ergens in een afgelegen gebied van Rusland, waar een ruimtestation was ontwikkeld. Er werden voorbereidingen getroffen voor de eerste ruimtereis van onze eigen André, die vertelde over zijn passie voor de kosmos, ontstaan vanaf de stripboeken die hij erover las als kind. Over zijn moeder die speciaal voor hem de ontbrekende deeltjes van die boeken op de kop wist te tikken om hem daarmee te verrassen. Ik zag zijn ouders, thuis op de bank, trots op “hun gezinnetje uit een gewoon arbeidersmilieu” van drie zoons die goed terecht gekomen waren, onder wie André. Van jongs af aan had hij zich gericht op zijn droom: kosmonaut worden. Hij zei daar zelf in deze reportage over: “Ik wilde er alles aan doen om te proberen dat te bereiken, al moest ik er veel voor over hebben en beschikken over enorm veel geduld. En nu is het zover – het is mooi te zien, dat je dan uiteindelijk hebt bereikt, wat je diep van binnenuit altijd hebt gewild.”

Ik keek naar de voorbereidingen, naar zijn stralende hoofd – zo ziet een gelukkig mens er dus uit. Ik zag de enorme saamhorigheid tussen de mensen die hem omringen. Dat is dus de basis van geluk, dacht ik. Ik luisterde naar de uitspraken van zijn vader en moeder, keek naar die fantastische ouders, naar zijn al even stralende broers, zijn dochters. Zonder er ook maar iets over te zeggen, onderstreepte iedereen het: dit is het grote loslaten. Juist door het zelfs niet eens te benoemen, zie je de schoonheid en de kracht daarvan in en vooral ook de liefde die erachter schuil moet gaan.


Ten slotte de lancering. Daar gaat hij dan: je zoon, jóuw kind! Je echtgenoot, je broer, je vader. Hij wordt de ruimte in geschoten en nu, zes jaar later vertoeft hij daar weer. Ik zag de beelden van onze aarde. Wat een wonderschone planeet. Wat een bijzonderheid dat wij daar met miljarden mensen op leven. Dat er één uit ruim 16 miljoen Nederlanders nu van bovenaf op mag neerkijken in de hoop, dat hij een bijdrage mag leveren aan de mensheid.

Overmand door van alles bedacht ik me, dat we beter moeten zorgen voor de aarde, voor de willekeurige mensen om ons heen, de dieren. Ik kon er niets aan doen, maar ik zat te snikken op de bank, denkend aan de openingszin van Doctor Zjivago: Zij liepen en liepen maar door en zongen «Eeuwige herinnering», en steeds als zij ophielden leek het, alsof hun benen, de paarden, de windvlagen op hun eigen ritme doorgingen met zingen. Een film over de revolutie in Rusland, over de liefde, maar ook over wat mensen elkaar kunnen aandoen.

We zijn inmiddels jaren verder. Ik dacht aan de vele revoluties die we vanuit huis anno 2011 hebben kunnen volgen. Aan het Maltezer leeuwtje uit Alkmaar dat na het kerstdiner was doodgeslagen met een stofzuigerstang, omdat hij zijn behoeften niet langer had kunnen ophouden. Ik heb een kaarsje voor hem gebrand bij de foto van mijn ouders, die mij de liefde voor mens en dier bijbrachten. Eeuwige herinnering, in dankbaarheid.

Voor nu wens ik van harte, dat 2012 ons allemaal echt zal brengen, waar het in het leven toch eigenlijk om draait. Wat we echt willen, gaat lukken. Dat laat André Kuipers ons zien. Daarmee neemt en geeft hij de ruimte. Aan het “Somewhere my love” zou ik willen toevoegen: “Somehow, our love”. Laten we dáár voor gaan en het niet doen voor minder. Helpen wij er niet ook onze sympathieke nationale astronaut mee, een van zijn doelen te bereiken?
Labrador-lief komt naar me toe. Ze likt mijn hand. Haar blik spreekt boekdelen.

Giselle Ecury werkt aan een nieuwe roman. In 2011 schreef zij de inleiding voor iemands levensverhaal en opende ze aan de universiteit van Berkeley met een autobiografisch verhaal een congres. De andere daar aanwezige literator was Adriaan van Dis. Hun verhalen worden opgenomen in een boek. Vogelvlucht is haar laatst verschenen dichtbundel (2011). Eerder verschenen Terug die tijd (gedichten, 2004/2005) en de romans Erfdeel (2006) en Glas in lood (2009). Giselle schrijft regelmatig voor Damespraatjes.

 

 


Reageer ook