Damespraatjes Damespraatjes

Miep Diekmann brak eigenzinnig een lans voor “De West”

Ze woont aan de Zuid-Hollandse kust in een appartement met uitzicht op het strand, de zee en de soms drukke wandelboulevard. Aan de rand van de stad en toch in gezonde zeelucht. Het werkt: Miep Diekmann is al 86. Giselle Ecury sprak met haar.

Ze hoopt nog jaren voort te kunnen, maar zegt ook: ‘Het kan opeens afgelopen zijn. Mijn halfzusje van 66, ze woont hier, in hetzelfde gebouw, heb ik gezegd zich daarop voor te bereiden. Ik ben er zelf niet bang voor, maar het is naar, hoor, iemand dood te moeten vinden.’ Ze rookt even in gedachten. ‘Het is de realiteit. Ik ben erg blij met haar. Zij helpt me o.a. met het uitzoeken van mijn kleding. Ik zie alles gedeformeerd, ook kleuren.’

Diekmann is echter nog altijd iemand met een scherpe kijk op de dingen. In “Ogen in je achterhoofd – Een schrijversprentenboek”, samengesteld door drs. Erna Staal, biografe, uitgebracht in 1998 door Het Letterkundig Museum en Uitgeverij Leopold, lees ik: “ Miep Diekmann achter haar werktafel: ‘Ik ben zo langzamerhand plat geïnterviewd. En altijd maar weer diezelfde vragen. […] Daar word ik Gallisch van.’ Gallisch wordt ze waarschijnlijk ook van de beschrijving van haar flat.”

Gelukkig open ik ons gesprek – ieder aan een kant van diezelfde werktafel – met de opmerking, dat ik nooit interviewvragen opstel. Ik luister naar wat er juist niet gezegd wordt. Bovendien is er over Miep zo verschrikkelijk veel terug te vinden via Internet, dat ik niet in herhaling wil vallen. Hoe gaat het dus anno 2011 met haar? Je ontkomt er niet aan stil te staan bij haar flat, haar wereld vol herinneringen.

Ze woont er vanaf haar 44e alleen. Een bewuste keuze. Miep – sinds 1947 voorvechter van kwaliteitsliteratuur met diepgang voor de jeugd – vond, dat het moeilijk was dit vak te combineren met een relatie. Zij wijdde zich uitsluitend aan het schrijven en kaartte sociale onderwerpen aan, waarmee jongeren worstelden. Later kwamen ook de allerkleinsten aan bod. Zij won 5 prestigieuze prijzen in het binnen- en 5 in het buitenland. Toch was het in financieel opzicht geen vetpot. Maar vanaf het prille begin was het voor Miep een opdracht die ze toegewijd móest vervullen.

Als kind woonde ze op Curaçao. Ze las veel boeken die ze vanuit Holland kreeg, want in de winkels lag weinig interessants. Ze leende ze uit aan vriendinnetjes. Tot in 1937 een meisje met donkere huidskleur zei: ‘Ik hoef ze niet meer. Waarom moet ik van alles lezen over witte mensen?’ Dit meisje had gelijk! Miep, toen twaalf jaar, besloot dat zij hoogstpersoonlijk jeugdboeken zou gaan schrijven over kinderen uit het Caribisch Gebied en over mensen die omwille van hun sociale situatie en milieu allerlei problemen moesten overwinnen. Met “De boten van Brakkeput”, over vijf politieke vluchtelingen, die onder meer geholpen worden door de scholier Matthijs, brak zij in 1956 door. Het werd een jaar later bekroond met de prijs voor het beste kinderboek door de Stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek, de CPNB. Er verschenen vertalingen in acht landen, waaronder Amerika en Zuid-Afrika.

In 1957 verscheen “Padu is gek”, een zwarte Curaçaose jongen die vaak geplaagd wordt, totdat zijn buurmeisje hem gaat helpen. Tip Marugg vroeg haar ooit, hoe zij – immers zelf blank èn een vrouw – nou kon schrijven over een jongetje uit de kunuku? Maar vele andere, prachtig geschreven verhalen over actualiteiten en onderwerpen die de jeugd bezielden, volgden, evenzo in allerlei talen en landen.

Bevlogen hield zij overal lezingen. Na afloop kreeg Diekmann van haar jeugdige publiek vertrouwelijke vragen.

‘Ik sta in het telefoonboek,’ zei ze dan. ‘Je mag me altijd nog eens bellen.’ Wat daadwerkelijk gebeurde.

Miep kreeg ten behoeve van het jeugdboek erg veel van de grond, mede doordat ze invloedrijke mensen leerde kennen. Zij maakte hen het belang van kwaliteitsjeugdboeken duidelijk: het opbouwen van een goede woordenschat, het prikkelen van de fantasie, het kennismaken met of het leren begrijpen van andere culturen en problemen, een eerste begin om “globaal” te leren denken. Want: ‘De basis van discriminatie is een gebrek aan informatie. Overal zijn kinderen hetzelfde, maar ze moeten wel binnen een eigen politiek systeem opgevoed worden.’ Zoiets klinkt nog steeds actueel!

Allerlei onderwerpen waar een taboe op rustte, kwamen bij haar aan bod, zoals seksualiteit, aanranding, corruptie, zelfdoding en homofilie. In klare, niet mis te verstane taal. “De dagen van Olim” is zo’n boek.

‘Ik schreef het in drie weken. Ik slaap maar vier uur, dat is mijn geluk.’ Als ik toegeef het niet te kennen, geeft ze me direct een exemplaar. ‘Het is mijn beste, meest autobiografische boek.’  Miep was de enige die zó schreef voor de jeugd en over “De West”. Ze werd jaarlijks gevraagd om ook daar lezingen te geven, al was het “Liefdewerk, oud papier”, want ze betaalde alles zelf.

‘Mijn band met de eilanden werd er groter door,’ zegt zij. ‘Maar op een goed moment ben ik opgehouden over de Antillen te schrijven. Ik werd er een beetje op “afgerekend”. Er werd gezegd: “Ze schrijft wel over ónze mensen.” Waarop ik antwoordde: “Doe het dan zelf! Kom ervoor uit, voor mijn part in het Papiaments.” Dan kwamen ze los. Daar kon ik zo van genieten! Want ik verstond alles, al sprak ik zelf alleen Nederlands.’ Zo coachte Miep voornamelijk vrouwen – juist zij zaten in het onderwijs – en kwam zelfs de Arubaanse uitgeverij Charuba tot stand in samenwerking met Alice van Romondt, destijds bibliothecaresse, en Liesbeth ten Houten van uitgeverij Leopold. Toen dichter/schrijver Elis Juliana haar vroeg, wat zij vond van de vrouwenemancipatie, antwoordde ze ad rem: ‘Die heb ik niet nodig gehad!’

In 1990 werd tot Mieps verdriet geconstateerd, dat zij binnen drie jaar blind zou   worden. Halverwege een nieuw manuscript legde ze dit werk neer om haar ogen rust te gunnen, in de hoop totale blindheid zo lang mogelijk tegen te gaan. Het lijkt een goed besluit geweest te zijn. Zij kan – met hulp – nog steeds goed zelfstandig leven, luistert naar de radio, leest voor zover dat gaat, maar doet 15 minuten over één pagina. Ze moest meemaken, dat haar jongste zoon overleed, Jeroen Kamphoff, veelzijdig televisieregisseur, ook bekend op de eilanden. ‘Maar,’ zegt ze, ‘Ik heb er wel 58 jaar een fantastisch kind aan gehad.’ Voor haar oudste zoon, Matthijs Kamphoff, psycholoog, auteur van boeken over o.a. reïncarnatie, zette ze de deur van haar kleine appartement wijd open, toen dat nodig bleek. “Het bracht ons dichter bij elkaar.’

‘Leopold heeft de hele Antilliana-collectie eruit gegooid,’ zegt ze dan. ‘Dat is heel erg om op mijn leeftijd mee te maken. Ook wordt er niet meer over je geschreven. Dan is het net alsof je niet bestaat.’ Haar grootste wens? Een volledige biografie over Miep Diekmann. Tot dusver vertrouwde ze dit alleen de voornoemde drs. Erna Staal toe. Maar zij, nu directeur van Uitgeverij Atlas, heeft het te druk voor zo’n omvangrijk precisiewerk. ‘En ik ben wel 86,’zegt ze realistisch. Bij toeval – zij noemt het lachend Bruha – kwam Miep in contact met de met Curaçao bekende Aart Broek. Een buitenkans, waarover hij zich niet lang hoefde te beraden, hoewel zoiets niet zonder subsidies gerealiseerd kan worden. Moeilijk, in deze tijd van bezuinigen. De klok tikt. ‘Maar,’ zegt ze, ’Ik heb een ontzettend geduld.’

Ervan overtuigd dat er – ook vanuit het nieuwe land Curaçao – geld beschikbaar komt, gun ik het haar van harte dat ze het uitkomen van die biografie mag meemaken. Zij heeft, haar tijd ver vooruit, over de hele wereld zovelen kennis laten nemen van het leven in dit land. Ze verdient het. Zeker nu de discussies daarover weer oplaaien.

‘Er is eigenlijk niet veel veranderd,’ zegt ze. ‘Telkens die schuldvraag, het hoort erbij. Men is bang voor verandering en voor verbetering.’ Even is het stil. ‘Het taalgebruik is alleen populairder geworden.’ Kijk. We blijven vóór alles auteur.

Ze begeleidt me naar het parkeerterrein. Bij de lift vraag ik: ‘Zal ík op het knopje drukken met de K van kelder?’

‘Doe dat maar. En nu we toch spellen: schrijf je wel Diekmann op z’n Duits, met dubbel N? Ten slotte ben ik ook een 4e-generatie-immigrant.’


Giselle Ecury werkt aan een nieuwe roman. In 2011 schreef zij de inleiding voor het levensverhaal van een in 1996 overleden psychiater en opende ze aan de universiteit van Berkeley met een autobiografisch verhaal een congres. De andere daar aanwezige literator was Adriaan van Dis. Hun verhalen worden opgenomen in een boek. “Vogelvlucht” is haar laatst verschenen dichtbundel (2011). Eerder verschenen “Terug die tijd” (gedichten, 2004/2005) en de romans “Erfdeel” (2006) en “Glas in lood” (2009). Giselle schrijft regelmatig voor Damespraatjes.

Een gedicht uit  “Vogelvlucht” werd onlangs opgenomen in het boek “De 100 beste gedichten”, dat uitkwam ter gelegenheid van de VSB Poëzieprijs.

 

 

 


Reageer ook