Met goed fatsoen de pot op!

Arnhem, Centraal Station. Ik wacht op iemand, maar ben zoals gewoonlijk veel te vroeg. Eigenlijk zou ik een sanitaire stop moeten maken. Maar waar kan ik in deze bouwput – het station wordt grootscheeps aangepakt en lijkt nog verre van klaar – terecht met mijn hoognodige kleine boodschap? Aardige jongemannen staan om mij heen tassen uit te delen. Even denk ik aan de veelbesproken plaszak. Maar dit zijn boodschappentassen. Wat toepasselijk. Terwijl ik er één scoor, vraag ik of hij me kan wijzen waar de toiletten zijn. Achter me, ja nu ik me omdraai, zie ik het ook.

Op een kleine balie bij de geïmproviseerde sanitaire voorziening fleurt een knalroze nepboeket in een vaas de boel op. Er leunt een bordje met opschrift tegenaan: “€ 0,40 Vooraf betalen”. Vlak daarbij staat de schotel, waarop je voornoemd bedrag kunt deponeren. Hier is over nagedacht, hoewel niet echt vanuit het perspectief van de billenknijpende mens met hoge nood. Nee, eerst moet je in je tas je portemonnee zoeken en geld pakken. Gepast, want er ligt geen wisselgeld. Vóór mij demonstreert een dame precies wat ik bedoel: ze wipt van het ene been op het andere om enige ogenblikken later precies vier dubbeltjes afgepast neer te leggen. Ze verdwijnen direct in de schortzak van de toiletdame. Toch nog vrij snel weet ook ik mijn schuld-vooraf gelukkig in te lossen.

De wc’s zien er keurig uit. Het ruikt er fris en ook de muren zijn melkblank. Een grotere tegenstelling met de gore toiletten vol graffiti in de treinen is er niet. Pfffff, dat lucht op. Ik was mijn handen. De spiegel vertoont geen hinderlijke spatten, zoals dat bij mij thuis nog wel eens het geval is. Prima zeep. Ruim voldoende. Helaas is er een droogblower, wat ik vies vind, want ze schijnen bacteriën te verspreiden, maar ik los dat op door een papieren zakdoek te gebruiken. Voor dat doel alleen al heb ik ze altijd bij me.

De toiletdame heeft de boel goed onder controle. Omdat ik nog steeds een kwartier te vroeg ben, besluit ik deze tijd niet te doden, maar te leven. Ik knoop een gesprekje met haar aan, vraag of ze mij misschien het een en ander over haar vak zou willen vertellen.

“Soms vind ik het echt allemaal zeikerds,” valt ze ondeugend met de deur in huis. “Dan zeuren ze erover, dat veertig cent teveel is. Het is gerust geld, hoor, maar ze vergeten, dat ik geen salaris krijg. En niet iedereen betaalt. De ene dag verdien ik leuk, een andere keer minimaal. Dan houden ze het zeker langer op, of ze gaan de stad in. Soms gaan ze gewoon voorbij aan mijn bordje, maar dan betalen ze ook niet achteraf. Je hebt geen poot om op te staan, je kunt ze niet dwingen te betalen. Ga de discussie maar eens aan met zo’n zeikerd. Dat doe ik niet hoor. Ze vergeten alleen wel, dat ze hier mooi op een schone wc zitten met altijd voldoende toiletpapier. En is sta hier tot half tien ’s avonds.”

“Legt er wel eens iemand een Euro neer?” vraag ik.
“Wel eens, ja, want je zult maar net geen kleingeld in je zak hebben. Dan krijgen ze hun wisselgeld terug, hoor. Van een enkeling mag ik het houden. Of iemand vindt vijftig cent retour genoeg. Maar een fooi krijg je zelden. Zit ik niet mee, hoor.” Ze schraapt haar keel en glimlacht. Ze schikt haar smetteloos witte jas recht.“Ik doe dit niet alle dagen van de week. Dat moet je niet willen. Ben je echt het weekend uitgekakt, lijkt me. Eén dag, van half twee tot half tien. Precies genoeg. Tja, voor mij wordt ook alles duurder.” Met een doek poetst ze een vlekje van de balie weg. “Maar een vetpot is het niet. Je ziet ze dat soms wel denken. En dat zeggen ze ook: “Belachelijk! Is de helft niet genoeg?” Haal ik mijn schouders op en antwoord ik – niet altijd hoor, dan dénk ik het: “Kun jij nu echt alleen maar zeiken?”

Nou, dames? Heb ik de tijd geleefd of niet? Misschien zou ik soms, als ik haar was, pissig worden op de krenterigheid van anderen. Ik vind haar ontwapenend en mild. Ik ben er wijzer op geworden. In dat geval kan ik het “ontlastend” noemen. Lieve mensen, hoe dan ook: voortaan allemaal met goed fatsoen de pot op!

Copyright © 2011 Giselle Ecury

De nieuwe dichtbundel van Giselle Ecury is onlangs verschenen, die de
titel Vogelvlucht draagt. Dit is haar vierde boek. Eerder verschenen
Terug die tijd (gedichten, 2004/2005) en de romans Erfdeel (2006) en
Glas in lood (2009). Giselle schrijft regelmatig voor Damespraatjes.


2 reacties

Roser Vives Batista -

Ik word altijd zo blij dat ik op een schone wc kan zitten!! Voel me dan altijd bezwaard om “maar” 40 ct ( tegenwoordig vaak 50 ) neer te leggen… Ik moet zeggen dat ik me de laatste tijd door “zeikerds” (hele lieve vrienden en familie ;-)) had laten overtuigen dat het belachelijk was om zoveel te moeten betalen. Na het lezen van dit verhaal ga ik gewoon weer terug naar mijn vertrouwde euro! En wie weet… Als ik nog eens op een plek kom waar de toiletjuffrouw je vriendelijk toelacht terwijl ze nog net even de bril voor je schoonpoets en een heerlijk fris(toilet)luchtje de lucht in spuit. Een openbare toilet waar je met heerlijk snoepje (in papierwikkel zodat je niet de bacteriën van de niet “handenwasser eet) de rest van je dag in wordt gegroet. Wie weet…. Leg ik dan wel een keer 2 euro neer…

Bedankt voor dit leuke verhaal!

margriet -

wat een super leuk verhaal

Reageer ook