Kerstverhaal van Giselle Ecury

Het doorbrengen van de kerstdagen in een ander land kan verrijken. Zo waren wij vorig jaar bij familie in Saint-Rémy, in de Provence, Zuid-Frankrijk. Een schilderachtig dorp, omgeven door bergen, les Alpilles. Een plaats met een oude kern. Hier is Nostradamus geboren, de grote voorspeller. Vincent van Gogh schilderde er. Een dorp nabij Arles, waar hij als een bezetene zijn meest beroemde werken creëerde, zoals “Het gele huis” en de “Brug bij Langlois” die nog altijd bestaat.


De zon is in december sterker dan in Nederland, maar de gure wind uit de bergen, de Mistral, doet je huiveren. Alles is beter dan de warmere Marin, die regen brengt. Weggedoken in onze winterjacks gaan we lopend naar het dorp, waar we kennis kunnen maken met de Provençaalse tradities: “Le gros souper” met de dertien desserts, in de 19e eeuw bedacht door ene Frédéric Mistral – what’s in a name – en zijn gezelschap van dichters uit de Provence. Ah, vandaar dat het me aanspreekt!
We maken kennis met de Santons, beeldjes van gebakken klei, die kleurrijk met de hand beschilderd zijn en die het kerstverhaal uitbeelden. De populatie van de kerststal is uitgebreid. Naast Maria, Josef en het kindje Jezus, de engelen en herders, krijgen alle stereotype dorpsbewoners een plaats. De blinde man, de pastoor, de visser, de mandenmaker, de dikke molenaar, de rijke industrieel en zijn mooie dochter. Deze traditie stamt uit de Middeleeuwen. In Saint-Rémy komen kerstverhaal en -stal elk jaar tot leven. Op het oudste pleintje van het dorp bouwt men een decor, waar ook de eromheen staande huizen deel van uitmaken. Er worden voor het publiek twee tribunes opgezet, compleet met belichting en geluid. De sfeer is optimaal. Vol verve prepareert men het kerstspel, overal hét gesprek van de dag over de kostuums, de kinderen die zich erop verheugen, het zoontje van de kapper, dat voor het eerst mee mag doen.
De week voor kerstmis zorgen ook wij ervoor vroeg in het donkere dorp te zijn. Er heerst opwinding. We wikkelen ons in een meegebrachte plaid. Oui, oui, de Mistral, hè. Maar de avondlijke hemel is ongekend helder en laat een ongelooflijke hoeveelheid fonkelende sterren zien. De maan verschijnt in bijna vol ornaat. Dan opeens: hoefjes die kletteren op de kasseien. Op een echte ezel voert Josef zijn zwangere Maria ten tonele. Ze hebben er een barre tocht opzitten, dat kun je zien. Gelukkig, een grot, een onderkomen voor de nacht. Zacht balkt de ezel. Een schaapje mekkert, een koe loeit, alsof het is ingestudeerd. Of ik dat nu wil of niet, ik bén er, in Bethlehem, eeuwen terug en zit middenin het klassieke Kerstverhaal. Een baby wordt geboren, het Christuskind. Wij zijn er getuige van. Een engel stuurt een verlichte ster naar de top van een boom, herders naderen verbaasd de locatie, een lam in hun armen. Ja, zo was het, toen, 2010 jaar geleden.
De tweede scène. Het dorp Saint-Rémy. De molen draait al maanden niet. Een raam van een huis gaat open. De rijke man buigt zich voorover en kijkt of zijn dochter ergens uithangt. Hij verzucht bedroefd, dat zij verliefd is op een nietsnut en als hij weer uit beeld is, huppelt dit jonge stelletje stiekem, om zich heen spiedend, door de dorpsstraat. Een bullebak met schaafmottige hond bekritiseert haar mopperend. Ook de blinde jongen heeft het moeilijk. Kortom: overal is het kommer en kwel. Opeens wordt dat licht aan de horizon ontdekt. Nieuwsgierig dromt iedereen bijeen. Leefde men voor die tijd zijn eigen leventje, nu zijn zelfreflectie en aandacht voor de ander aan de orde. Zingend gaat iedereen naar de velden. De groep trekt daadwerkelijk het dorp in, langs de eeuwenoude huizen. Het gezang ebt weg. En zo keert iedereen verrijkt weer terug. Er wordt weer meel besteld, is er weer vis, de blinde jongen krijgt hulp, de rijkeluisdochter mag zich verloven. Iedereen wordt aangeraakt door dat Christuskind en verbroedert. Wij, de enige toeristen, voelen ons alles behalve buitengesloten.
Zo gaan wij Kerstmis in. Op de fiets naar de nachtmis. Eerst verzamelt iedereen zich buiten de kerk. We krijgen een kaars met daaromheen een windvangend lantaarntje. Het is steenkoud en het waait. De mensen helpen elkaar bij het aandoen van de kaarsen. Dan trekken we zingend door de straten van Saint-Rémy. De priester en zijn misdienaars voorop: Ave, ave Maria. Het moet een mooi schouwspel zijn. De route eindigt in de kerk.
Onder een spotje, hoog vóór het altaar, staat de kribbe. Daar draait het om, om dat kind, dat geboren werd om ons te helpen in moeilijke tijden. Het is hartverwarmend te zien, dat de priester met zijn grijze haardos het stenen beeld zo toegewijd behandelt. Aan het einde van de mis draagt hij het Christuskind naar de kerststal elders in de kerk, hoog opgeheven, zodat iedereen het kan zien. Achter hem aan lopen misdienaars en Santons: de herders met hun levend lam, alle dorpsfiguren, de bullebak met zijn hond, de blinde jongen, het verliefde meisje met haar minnaar. Iedereen staat en kijkt naar de stoet die naar de stal loopt om het kind terug te geven aan zijn ouders. De stenen Josef en Maria glimlachen dankbaar. Dan mag iedereen volgen, langs de kerststal lopen, elkaar de hand schudden. Het is Kerstmis. In dit Franse dorp, waar van Gogh zich onuitputtelijk liet inspireren, voel je waar het Kerstfeest echt om draait. Vrede op aarde is misschien een deur te ver, maar in Saint-Rémy de Provence wordt het benaderd en voel je in elk geval een diepe, innerlijke vrede. Ik wens jullie net zo’n fijne, saamhorige en gelukkige kerst toe!

Copyright © 2011 Giselle Ecury

De nieuwe dichtbundel van Giselle Ecury, Vogelvlucht,  is onlangs verschenen. Dit is haar vierde boek. Eerder verschenen Terug die tijd (gedichten, 2004/2005) en de romans Erfdeel (2006) en Glas in lood (2009). Giselle schrijft regelmatig voor Damespraatjes.

 


Reageer ook