J'arrive par le prochain train

giselle-jarrive_par_le_prochain_train.jpgJ’arrive par le prochain train – dat heerlijke liedje van Julien Clerc begeleidt mijn treinreis door een deel van Zwitserland. En dat gaat er toch wel wat anders aan toe dan bij ons in Nederland. Toegegeven: een kaartje is niet goedkoop, maar je krijgt er wel wat voor terug. Allereerst vertrek je stipt op tijd. De wagons zijn ruim, dus als passagier zit je elkaar niet in de weg. Wat een vorstelijke beenruimte, bijvoorbeeld!

    Al bij het instappen op het station van de luchthaven van Genève vielen mij twee dingen op, die het reizen per trein direct veraangenamen. Iedereen op het platform geeft uitstappende mensen de ruimte en de tijd om ongedwongen de wagon te verlaten. Daarbij staat niemand in je nek te hijgen of tegen je aan te rijen, omdat jij tegen de stroom in vooral NU moet instappen. Integendeel. Hulpvaardig worden koffers en kleine kinderen aangepakt, want – waarachtig, tóch één nadeel: de instap is stijl en hoog. Ontspannen geven de mensen achter je jou de tijd je koffer naar binnen te hijsen. Ze geven hem zelfs een zetje toe.

Zodra je zit en andere mensen zich bij jou voegen, kijken ze je vriendelijk aan en word je gedag gezegd. Niet binnensmonds, mompelend of half, nee, je wordt voluit begroet met een “Bonjour, madame!” En vervolgens installeert men zich naast of tegenover je. Na verloop van tijd komt de conducteur binnen. Een goedmoedig ogende, man die zich warempel naar je toebuigt als hij je vriendelijk begroet. Dat doet hij vervolgens bij alle inzittenden, welgemeend. En geloof me: hij blijft open staan voor een gezellig kletsje, zag ik. Tel daar dan nog het adembenemende uitzicht bij op, de steile bergwanden met rotsachtige kammen, her en der wat laaghangende bewolking. Een magere zon die precies de besneeuwde toppen in een haast wit licht zet, de pittoreske Zwitserse huizen in chaletstijl, vaak met leien daken, waardoor je opeens weer precies weet, wat die uitdrukking – het gaat als van een leien dakje – betekent. En dan dat stuk langs het meer van Genève, dat blauwgroen ligt te spiegelen langs de rails. Het is alsof je bijna permanent deel uitmaakt van een ansichtkaart. Wijnstokken in winterslaap, dennenbossen.

Binnen kun je bijna eten van de vloer. Geen uitpuilende vuilnisbakken. Perrons waar werkelijk geveegd wordt en waar iedere peuk zorgvuldig wordt opgeraapt. Als die er tenminste liggen. Want de Zwitser ruimt zelf zorgvuldig zijn rommel op.

De tunnels die ons dwars door het gebergte heen leiden, brengen me eveneens in verrukking. Niet zozeer de tunnels zelf. Je ziet er niets. Vanzelfsprekend. Het is er nachtdonker en de treinverlichting brandt, zodat de ruiten spiegelen. Maar het leuke is, dat je opeens uitkomt in een totaal ander dal, waar plotseling de sneeuw verdwenen is. Tot je weer in het hart van zo’n berg verdwijnt en uitkomt in een witte winterwereld. Daar is opeens het heldere geluid van de voortsnellende ijzeren wielen over een spoorbrug. De bruisende rivier daaronder. En al die tijd staat je tas gewoon naast je op de bank, zonder dat je er acht op hoeft te slaan. Want hier zit je veilig en zal hij niet opeens verdwijnen.

Medereizigers stappen uit en groeten je ontspannen, als ze langs je lopen. Nieuwkomers doen dat eveneens. Het moet gezegd. Ook de jeugd doet hier aan mee, al klinken hun gesprekken niet als kabbelend water, maar meer als een klaterende beek. Het is altijd beter, dan het amechtige, afgeknepen gepiep dat uit de diverse koptelefoons om je heen komt in tonen en ritmes die elkaar niet verdragen, of de luid gevoerde telefoongesprekken. Want ook dat valt op: het mobieltje wordt hier discreet gebruikt, waar hij volgens mij ooit voor is uitgevonden. Om even te sms’en, dat je verlaat bent of te bellen, dat je iets bent vergeten en o, ja, dat je elkaar daar-en-daar zult treffen. In deze trein wordt gezellig gepraat, gelezen of gezwegen. De Franse taal zingt om je heen. J’arrive par le prochain train…

Hier durf ik het aan even naar het toilet te gaan – terecht onbezorgd, want wat is het er brandschoon! Hij spoelt goed door en er is zelfs zeep in de dispenser. Goed. Ik heb toch mijn tas maar meegenomen. Je moet het lot ook niet te erg tarten. Maar deze treinreis, al is hij heel lang, verloopt mooi, als een aangename filmdocumentaire met driedimensionale beelden. Als je het zo bekijkt, valt de prijs van het kaartje eigenlijk toch wel mee. Bon voyage! 

Copyright © 2011 Giselle Ecury

De nieuwe dichtbundel van Giselle Ecury is onlangs verschenen, die de titel Vogelvlucht draagt. Dit is haar vierde boek. Eerder verschenen Terug die tijd (gedichten, 2004/2005) en de romans Erfdeel (2006) en Glas in lood (2009). Giselle schrijft regelmatig voor Damespraatjes.


Reageer ook