Is er meer tussen hemel een aarde of hoe zit dat deze keer?

giselle_portret.jpg
Hij zit schuin tegenover me aan tafel, een oudere heer, trui aan, overhemd net iets te ver geopend, vind ik. Een vergeeld randje van een voorheen wit T-shirt is zichtbaar. Hij eet. Een ergonomisch gevormd dienblad staat voor hem, waarop – verdeeld over verschillend serviesgoed – zijn diner is opgedaan. Soep, vis met aardappelen, een salade en een bak yoghurt.

Hij ziet niet, dat ik hem observeer, onopvallend, want eigenlijk wil ik me gewoon met mijn eigen maaltijd bezighouden. Er is iets, waardoor ik me toch telkens laat afleiden, telkens terug kijk naar de man in kwestie. Ik ben blij, dat hij niet dichter bij me zit. Het lijkt me iemand die onfris ruikt, een geur die je soms ook kan overvallen bij de supermarkt, wanneer voor jou een man zijn koopwaar op de lopende band legt en nog wat draalt, als om contact te zoeken. Traag en met een zweem van weemoedigheid glijden die voor mij onaantrekkelijke, meest prefab producten naar de caissière toe. Van die spullen die getuigen van een te simpel samengestelde maaltijd voor één heer, alwéér dezelfde te voor de handliggende maaltijd, gemakkelijk te bereiden en ronduit ongezond. Er straalt vanaf, dat er niemand op hem wacht en dat er niemand tegen hem zegt, dat hij zich eens lekker moet douchen en schone kleren aan moet doen.

Rustig lepelt de man die me intrigeert zijn soep naar binnen. Soms blaast hij de op zijn lepel liggende vloeistof koel. Zorgvuldig schraapt hij ten slotte de kom krassend leeg. Was het zo lekker? Is hij niet beter gewend, misschien? Even rust hij, daarna vervolgt hij de maaltijd.
Om ons heen is er volop beweging. Geschuif van stoelen, gekletter van bestek, gedempt gelach. In groepjes zitten jongeren eveneens te eten, anderen zitten alleen, met een boek voor zich. Een studentenmensa in Leiden rond de klok van zes. In het gebouw volgde ik een cursus en om de files te omzeilen, blijf ik er een vorkje meeprikken.

Nu kijkt de heer tussen de happen door met een zekere concentratie naar de lege plaats tegenover hem, naast mij. Aandachtig, alsof hij iemand recht in de ogen kijkt. Tot mijn stomme verbazing schudt hij dan resoluut zijn hoofd, terwijl zijn mond het woord “nee” vormt. En nogmaals: Nee. Zijn hand onderstreept het gebaar. Zijn vork glijdt tussen zijn vingers uit. Het geeft een geluid alsof serviesgoed valt. Rustig pakt hij hem weer op om er een stuk vis mee op te prikken en bedachtzaam kauwt hij. Dan glimlacht hij, geeft een knipoog naar zijn onzichtbare disgenoot, -genote, want het is vast en zeker een vrouw, gezien die vriendelijke blik in zijn ogen. Zo te zien is de discussie gesloten en verloopt zijn maaltijd verder ontspannen. Als zijn bord leeg is en het toetje op, duwt hij zijn stoel naar achteren. Nog eenmaal glimlacht hij naar de plaats tegenover de zijne. Dan staat hij op en loopt hij met zijn dienblad van mij weg. Hij schuift het heel precies in de daarvoor bestemde trolley. Met grote passen beent hij weg zonder op te kijken.

Mijn blik glijdt over de lege stoel naast de mijne. Mijn laatste beetje eten is op. Zorgvuldig leg ik mijn bestek neer. Dan sta ik op, behoedzaam. Zou ze er nog zitten? Misschien heb ik iets gemist. Ik knik beleefd, een soort voorzichtige groet. Mijn ogen zoeken de mensen die nog steeds in groepjes zijn blijven hangen rond de tafels. Alles gaat gewoon door, een film die draait. Gelukkig. Niemand heeft het gezien. Dan, bij de uitgang, tikt er iemand op mijn schouder. Een energieke student met een brede glimlach.

‘Ik moest u dit geven van de persoon die naast u zat.’ Even zie ik water branden. Pardon? Er zát niemand naast me. Toch? Ik kijk om. Er zit nog steeds niemand op de bewuste stoel. Wel herken ik mijn schrift met notities in de hand van de student.

‘Wat aardig, bedankt,’ mompel ik tegen hem. In een spiegelende ruit zie ik mezelf. Ja, ik ben het echt. En ik heb geen druppel alcohol op, want ik moet nog een eindje rijden. Desondanks vraag ik me af of dat überhaupt nog verantwoord is. Of is er meer tussen hemel en aarde en in deze mensa vol bollebozen?

Copyright © 2011 Giselle Ecury

De nieuwe dichtbundel van Giselle Ecury is onlangs verschenen, die de titel Vogelvlucht draagt. Dit is haar vierde boek. Eerder verschenen Terug die tijd (gedichten, 2004/2005) en de romans Erfdeel (2006) en Glas in lood (2009). Giselle schrijft regelmatig voor Damespraatjes.

Lees hier ook de andere columns van Giselle

 


Reageer ook