Interview met Giselle Ecury over haar roman Erfdeel

giselle_portret.jpg
Damespraatjes sprak met Giseel Ecury over haar boek Erfdeel dat al enige tijd geleden is verschenen, maar dat nu plotseling weer flink n de belangstelling staat (ook in het Caribisch gebeid). Giselle valt meteen met de deur in huis: “De ondertitel die het boek heeft – Zoektocht naar een vader – was niet mijn idee. De uitgever wilde het perse op het omslag zetten. Maar het dekt de lading niet. Het boek biedt veel meer.

Carmen, het hoofdpersonage gaat eigenlijk op zoek naar zichzelf. In flashbacks komt naar voren, dat haar vader, Benedicto Gonzalez, met de Noorderzon vertrok toen zij een jaar of zes was. Hij was een Antilliaan en ze hadden een sterke band. Met haar Nederlandse moeder gaat ze terug naar Holland. Het verlies van die vader loopt als een rode draad door haar leven. Maar ze gaat niet bewust naar hem terug. Ze wil hem wel leren kennen door haar geboortegrond in het Caribisch Gebied te verkennen. Ze wil hem ontmoeten in de mensen die ze tegenkomt, in die immens azuurblauwe zee, in het wuiven van de palmen. In de taal van het eiland, die zij zelf niet spreekt, de warmte. Zo kan ze haar eigen identiteit vinden. Natuurlijk is er een verlangen hem in eigen persoon tegen te komen. De enige die ze leert kennen, is zijn zus, haar tante Myrna. Maar die kan haar niets over Benedicto vertellen, want ze is dement. Toch is er herkenning. Komen er meer herinneringen boven. En juist daarom keert Carmen terug tot zichzelf, verwerkt ze haar verleden.”

      De schrijfster is erin geslaagd niet te verzanden in gezeur over het verdriet van de personages, schreef Jeroen Heuvel in zijn boekrecensie voor het Antilliaans Dagblad op Curaçao (19 maart 2009): De zwaarte van andermans hartzeer invoelen is niet makkelijk. Het kan je eigen verdriet relativeren en het kan je raken van binnen, echt ontroeren. In dit laatste geval is de verteller erin geslaagd de hoofdpersoon kwetsbaar neer te zetten; dan wil je als lezer, luisteraar, weten hoe het verdriet wordt geleden en verwerkt tot mogelijk een bron van (nieuw) geluk. Giselle Ecury is zo’n verteller die het lukt om verdriet dusdanig te beschrijven dat het ‘mooi’ wordt, dat het meer is dan alleen maar wat ze beschrijft, dat het kunst wordt, letter-kunst.

      De auteur is zelf geboren op Aruba en heeft het eiland moeten verlaten toen ze ruim zes jaar oud was. Ze heeft een Arubaanse vader en een Nederlandse moeder gehad. Is deze roman autobiografisch?

      Hij is weliswaar geschreven vanuit een ik-figuur, waardoor je de neiging hebt te geloven, dat dit gaat om waarlijk gebeurde belevenissen. Niets is minder waar. “Mijn vader stierf toen ik net 31 was plotseling in de armen van mijn moeder. Zij zijn echt tot de dood hen scheidde samen gebleven, al was het niet altijd gemakkelijk. Welk huwelijk is dat trouwens wel? Ik ben bovendien geen enig kind. Er zitten wèl autobiografische elementen in. Daar ontkom je als schrijver niet aan, denk ik. Alleen kun je de dingen voor je personage net iets meer dramatiseren, kun je elementen weglaten of juist toevoegen, omdat je vindt dat dit personage het nodig heeft, of het verhaal. Door dit soort veranderingen van de werkelijkheid kun je het verhaal spannender maken, of triester, of juist grappiger. Je kunt erdoor maken dat de lezer meer nog gaat meeleven met je personages. Misschien herkent men iets uit een eigen situatie. Zo heb ik mijn eigen ongewenste kinderloosheid erin gebracht, zij het dat ik het omwille van het verhaal wat meer gedramatiseerd heb. Van diverse mensen kreeg ik later te horen, dat het hun ogen geopend heeft en dat ze nu anders zullen reageren op mensen die dat aan den lijve ondervinden. Het doet me goed, dat mijn verhaal aanzet tot nadenken.”

giselle_erfdeel.jpg
      De roman heeft een motto meegekregen: Mundus est fabula, dat zoveel betekent als “De wereld is een kinderverhaal, is maar schijn”. Waarom? Allereerst omdat de auteur het een mooi motto vindt. Er schuilt een waarheid in. Ook omdat ze “het kind in zichzelf” wakker wil houden. Want: “De verwondering en de logica van een kind, als je die in de loop van het leven op laat houden, dan doe je jezelf tekort.”

      Daarbij komt, dat het verhaal vaak geschreven is vanuit de herinnering van het kind, dat Carmen geweest is. Ook een ander belangrijke personage, de sopraan Clara van Schoonhoven, was een vaderskind. Ook haar jeugd wordt beschreven. Maar komt de herinnering wel overeen met de werkelijkheid? Heeft “het geheugen” in de loop der jaren elementen toegevoegd of juist weggelaten? In deel twee van het boek wordt het verhaal vervolgd vanuit het perspectief van Benedicto, de vader. Weldra blijkt (uitsluitend voor de lezer!) wat er gebeurd is en waarom hij zijn vrouw en kind heeft verlaten. Dit onderstreept de gedachte, dat wellicht de herinnering niet overeenkomt met de waarheid.

      Als Clara van Schoonhoven tijdens een recital het Ave Maria van Schubert zingt, lijkt het voor Carmen alsof ze door een glaswand een andere wereld binnengegleden was. Ave, glanzende, schitterende, doorschijnende wereld. Ave Maria. Mundus est fabulus. Jeroen Heuvel, Antilliaans Dagblad: “Neen, Ecury neemt je niet in de maling. Wat ze wel doet is de lezer uitdagen tot een soort van interactief lezen. Het echte leven willen vatten en het daarom omzetten tot een doorschijnende, schitterende, glanzende wereld, die net zo echt is.”

      “Ik heb er bewust voor gekozen de beide culturen aan het licht te brengen in dit verhaal. Er is een duidelijk verschil tussen de vroegste jeugd van Carmen en die van Clara, waar je de bloemkoolgeur in huis bijna nog kunt ruiken. Ook de flamboyante vader van Carmen en haar onderkoelde, wat stijve moeder zijn totale tegenpolen. Ze vertegenwoordigen die beide culturen. Daar neem je altijd wat van mee voor de rest van je leven. Carmen deed dat, maar ik zelf ook, door mijn afkomst, al was mijn eigen moeder wereldser en warmer dan die uit het verhaal. Nu het Antillenvraagstuk en het multiculturele actueel is, zou ik de mensen willen uitnodigen kennis te maken met het leven van mijn hoofdpersonage, die twee culturen in zich draagt. Daarover kun je niet al te gemakkelijk oordelen. Het is niet een kwestie van “je maar gewoon aanpassen aan het land waar je woont”. Dat kost tijd. Ook dat wilde ik invoelbaar maken.”

      Ecury heeft heel lang gedaan over dit boek. In tegenstelling tot haar nieuwe roman, die eigenlijk in grote lijnen binnen vier maanden geschreven was en die omstreeks september wordt uitgebracht.

      “Ik denk allereerst, omdat ik onzeker was. Schrijf ik wel goed genoeg? Voegt dit verhaal iets toe aan de Nederlandse Literatuur? En vooral ook, omdat ik door allerlei persoonlijk leed aandacht moest geven aan de werkelijke mensen uit mijn leven in plaats van aan mijn personages.”

      Misschien dat het daarom tot twee keer toe op de Antillen zo positief ontvangen is door degenen die boekrecensies schrijven. Zoals de al eerder genoemde Jeroen Heuvel het verwoordt: “De lezer die zich mee laat voeren door Giselle Ecury is niet alleen getuige van een prachtig verteld verhaal, maar kan ook troost putten uit het door Carmen verwerkte verdriet. Troost die alleen echte kunst kan bieden.” Wim Rutgers, hoogleraar aan de Universiteit van Curaçao, zegt het zo:

      “Voor de aandachtige lezer zit het verhaal vol met kleine literaire trucjes, bijvoorbeeld een parallelle hoofdstukstructuur, de contrastwerking in het huwelijk van Carmen met Paul en dat van Clara met Gerard, het doodsmotief, het leidmotief van de kinderloosheid of een ogenschijnlijk onbetekenend detail als een vest of trui om geen kou te vatten. Dit zijn maar een paar grepen want het verhaal zit er vol mee. Giselle Ecury schrijft in een poëtische en evocerende stijl. Zo zijn er talrijke mooie fragmenten aan te wijzen. Ze schreef een voldragen romandebuut dat er zijn mag. ”

      Maar waarom verschenen er op de Antillen recensies over Erfdeel en niet hier in Nederland? Behalve een interview in het Noord-Hollands Dagblad en in de Gooi & Eemlander bleef het hier stil, toch?

giselle_plaatje_1.jpg
     “Dat klopt. Helaas. Er heeft ook nog een mooi interview gestaan in de Margriet, over ongewenste kinderloosheid. Ja, waar ligt dat aan? Ik vind het bijzonder, dat ik doordat ik op Aruba geboren ben, altijd “een van hen” zal zijn en dat ik alleen al daarom met mijn boeken terecht ben gekomen binnen de West-Indische Letteren. Het heeft de wereld naar het Caribisch Gebied opnieuw voor me opengezet. Ik heb daardoor meegedaan aan een aantal culturele literaire festivals, zoals aan de Haagse Winternachten. Dat vind ik een eer. De sfeer is zo warm en hartelijk. Maar het zou mooi zijn, wanneer ook Nederland voor me opengaat. Ik leef langer hier dan dat ik daar woonde. Dit is mijn taalgebied. Het Nederlands is er nog ouderwets goed ingestampt. Ik schreef al verhaaltjes vanaf dat ik kon schrijven en de nonnetjes waar ik les van had, bekroonden mijn opstellen altijd. Ook later, op de MMS werd me verzekerd, dat ik moest blijven schrijven. Het doet me goed te horen, dat de Nederlandse Jeroen Heuvel zich heeft mee laten voeren door mijn verhaal, dat hij prachtig verteld vindt. Wie weet, vinden zijn woorden ooit hier hun echo.” De auteur heeft me verzekerd dat ze altijd zal blijven schrijven.

      “Nu ik dat pad eenmaal ben ingeslagen, kan ik niet anders doen dan het helemaal te volgen. Ik geniet ervan met volle teugen.” En dat kun je merken, op elke bladzijde van haar werk.

De nieuwe roman van Giselle wordt in de maand september uitgebracht door Uitgeverij Indeknipscheer uit Haarlem. Ook de roman Erfdeel en  de dichtbundel Terug die tijd worden nu beheerd door deze uitgever. Het ISBN-nummer van beide boeken is hetzelfde gebleven, maar de prijs is verlaagd.

Erfdeel: ISBN 90-5429-224-5 € 17,90 Bestellen
Terug die tijd: ISBN 90-5429-210-5 € 14,50 Bestellen

Ook blijven deze boeken via het Centraal Boekhuis leverbaar door alle boekhandels en Internet Boekleveranciers in Nederland en België. In het Caribisch Gebied zijn de boeken eveneens verkrijgbaar.


Reageer ook