Damespraatjes Damespraatjes

Interview met de Kerstman

Tot mijn verrassing stond ik onlangs oog in oog met de Kerstman. Hij had alle tijd voor een interview. Met gepaste trots kan ik u dat hier presenteren.

Santa Claus komt voor onze ontmoeting naar Schoorl, onderaan de enorme zandberg die iedereen kent als Het Klimduin, een toeristische attractie. Hij glijdt ervanaf met zijn slee, getrokken door twee rendieren.

“Dit is Rudolph,” opent hij ons gesprek. Hij streelt het dier. “De overige vier herten staan in het bos. Denk je, dat ik hier mijn voertuig kan laten staan?” vraagt hij. Ik krab achter mijn oor. Hij staat midden op het plein, waar het altijd krioelt van de kinderen, die het duin beklimmen – het woord zegt het al – om er daarna weer vanaf te hollen of rollen. Straks gaat de school uit. Vrijwel zeker zal de Kerstman in het oog lopen. Vindt hij dat niet bezwaarlijk?

“Bekijks? Welnee,” antwoordt hij. “Natuurlijk krijg ik bekijks. Altijd. Daar ben ik voor. Alleen heb ik nog geen cadeautjes. Mijn collega, Sinterklaas, is net vertrokken. Die zal groot en klein verwend hebben, hoop ik.” Hij zucht diep en kijkt zorgelijk. “In Spanje heerst een economische crisis. Daar zal hij last van gehad hebben, vrees ik.” Ik knik.

“Wij zitten hier ook in een crisis,” zeg ik. “Gaat u dit jaar Sinterklaas helpen door diverse wensen alsnog te vervullen?”

“Dat zal ik proberen. Sinds vorig jaar let ik op de centjes. Mijn slee zet ik niet tussen de auto’s, want dan moet ik parkeergeld betalen. Mijn maatpak heb ik zelf gewassen. De stomerij vond ik te duur. Mijn laarzen heb ik laten herstellen, in plaats van nieuwe te kopen en mijn haren en baard… enfin, kijk zelf eens. Wat vind je ervan?” De Kerstman draait zich om. Zijn haar golft over zijn schouders, ziet er gezond uit en glanst. Zijn baard daarentegen lijkt hier en daar wat schaafmottig. Hij merkt, dat ik niet onverdeeld tevreden ben.

“Valt het tegen? Mijn baard, bedoel ik?” vraagt hij.

“Welnee, het was me eerst niet opgevallen. Maar nu ik op uw verzoek kritischer kijk… Heeft u hem zelf geknipt?” reageer ik meevoelend.

“Dat klopt. Ik heb er de schaar in gezet. Daar had ik natuurlijk mijn bril bij op moeten doen. Er zijn wat happen uit, hè? Denk je, dat het goed komt?”

“Natuurlijk, Santa,” verzeker ik hem. “Alles komt goed. Het groeit eerder aan, dan al dat verloren kapitaal. Vertel eens: heeft u met uw bezuinigingen voldoende bespaard? Had u niet beter de diverse ondernemers kunnen aandoen, zoals andere jaren? Hun bedrijven moeten toch voortbestaan? Alleen dan krijgt de economie impulsen en komen we deze recessie te boven, dacht ik. Of ziet u dat anders?”

“Dat is de afweging die iedereen voor zich moet maken. Ik begrijp hoe de vlag erbij hangt en dat iedereen weer wil, dat de bomen reiken tot aan de hemel. In Schoorl lukt dat aardig. Dennenbomen op heuvels, zoals ik gewend ben. Prachtig.” Hij lacht, trekt zijn muts ver over zijn oren, het is fris. “Toch moeten we deze fase achter ons laten. We moeten consu-minderen in plaats van consumeren. De aarde lijdt onder de bijeffecten van het kooplustige en reislustige gedrag van alle mensen bij elkaar, wereldwijd. Los daarvan vind ik, dat velen te verwend geworden zijn. Zijn ze echt gelukkig? Ik hoor ze klagen. Ze zien de werkelijke rijkdommen des levens nauwelijks. Weet je, dat er ter wereld grote groepen zijn, die geen dak boven hun hoofd hebben? Die veel moeite moeten doen om eten te vergaren voor hun kinderen, laat staan voor zichzelf? En dan die oorlogen, waar gewone mensen zoals jij het slachtoffer van worden? Er zijn vluchtelingen en wantoestanden.” De Kerstman kijkt me diep bedroefd aan. Ik klop hem troostend op zijn schouder. “Hier in Schoorl is het zo vredig. Iedereen is vriendelijk. Kijk, wat er aan lekkers in die fietstassen gaat. Er ligt in de winkels een keur aan waren, er is keus te over! Ziet iedereen dat nog wel? Als ik links en rechts mijn oor te luisteren leg, hoor ik vaak wat men niet meer kan. Niet meer uit eten, minder op vakantie, geen nieuwe kleren. Ik wil weten, wat iedereen nog wél heeft of kan doen!”

“Santa, ik snap het! Maar de mensen zijn bang dat alles erger wordt. Kunt u ons niet helpen? Zou dat geen mooi kerstgeschenk zijn?” De Kerstman knijpt zijn vriendelijke ogen samen.

“Kijk,” zegt hij resoluut. “Ik kan de mensen geen werk geven. Wel kan ik hen vertellen, dat je beter een baan kunt aannemen voor minder salaris, dan dat je thuis duimen draait tot je WW-periode voorbij is – en wat dan? Ik ga ze niet de zoveelste Barbie, of alwéér een Nintendo geven, niet weer het zoveelste jurkje of nóg een trui, als er genoeg in de kasten ligt. Wel kan ik ze een leuk accessoire bieden, zodat wat ze al hadden wordt als nieuw. Bedoel je dat?” vraagt de Kerstman me.

“Geef ze een fotoboek en printerinkt,” knik ik enthousiast. “Zodat ze eindelijk die foto’s van hun vakanties gaan uitprinten, om de reizen die ze maakten, nogmaals te beleven!”

“Zal ik hen erop wijzen hoe prachtig het voedsel in de winkels is?” vraagt de Kerstman me. “Daarmee kunnen ze naar hartenlust variëren om gezond en betaalbaar te kunnen blijven eten. Heb jij nog tips voor websites met lekkere recepten?” Zijn wangen blozen en hij lacht aanstekelijk.

“U kunt vast de jongens en meisjes weer leren hoe ze verstoppertje moeten spelen en tikkertje. Wat heerlijk zou het zijn, wanneer er meer op straat gespeeld wordt! Die kinderstemmen te horen!” vul ik de ideeën van de Kerstman aan.

“Dat was vroeger een feest om te bezien vanuit mijn slee,” roept hij. “Rudolphs neus werd rood en groot van plezier, wil je dat geloven? Hoe zullen we te werk gaan? Kunnen we dit soort dingen mooi inpakken en onder de kerstboom leggen?” Praktisch als altijd denkt Santa een stap vooruit. Dan gebeurt, wat ik in mijn leven niet had durven dromen. Ik mag naast hem plaatsnemen in de slee, krijg een warme deken om me heen en moet de teugels vasthouden. De Kerstman staat rechtop, klingelt met zijn bel, fluit op zijn vingers en spoort zijn rendieren aan. Daar gaan we. Mijn grootste wens is vervuld: eens in mijn leven met hem te mogen samenwerken. Bestaat er een mooier cadeau?

“Hoho, hoho,” roept hij, als we door het luchtruim zweven, op weg naar mijn huis, waar we alle ideeën zullen uitwerken en inpakken.

Vrolijk Kerstfeest!

Copyright  2012 © Giselle Ecury

Lees ook de andere blogs van Giselle

Giselle Ecury werkt aan een nieuwe roman. In 2011 schreef zij de inleiding voor het levensverhaal van een in 1996 overleden psychiater en opende ze aan de universiteit van Berkeley met een autobiografisch verhaal een congres. De andere daar aanwezige literator was Adriaan van Dis. Hun verhalen worden opgenomen in een boek. “Vogelvlucht” is haar laatst verschenen dichtbundel (2011). Eerder verschenen “Terug die tijd” (gedichten, 2004/2005) en de romans “Erfdeel” (2006) en “Glas in lood” (2009). Giselle schrijft regelmatig voor Damespraatjes.

Een gedicht uit  “Vogelvlucht” werd onlangs opgenomen in het boek “De 100 beste gedichten”, dat uitkwam ter gelegenheid van de VSB Poëzieprijs.

 


Reageer ook