De beverburcht in huize Ecury – een herinnering

moeder_ecury_dp.jpg
Dat ene Steiffbeestje staat al jaren op dezelfde plaats in mijn kast met glazen deuren. Een bever met twee prominent aanwezige, vilten voortanden. Vanuit een puddingbakje van stoer Zweeds glas gluurt hij nog net over de rand heen de kamer in. Naar mij. Altijd. En dus zie je het eigenlijk niet meer. Tot ik hem gisteren opeens weer ontmoette. Als dank bouwde hij een burcht aan jeugdherinneringen voor mij.

Steiff is de merknaam van prachtige pluche beesten. Ze zijn in allerlei soorten en maten “Made in Germany” en lijken precies op het dier, dat is gekopieerd. Een aap is echt een aap en meneer bever in miniformaat is identiek aan zijn in de natuur levende evenknietje. Het meest natuurgetrouw vind ik de ruwharige Foxterriër. Die zou ik zó willen uitlaten, als ik er daarmee één zou kunnen verdienen! Ook zijn er ouderwets prachtige beren in de handel en een aanrader is – als je ooit op doorreis bent in Duitsland – de fabriek te bezoeken. Gegarandeerd word je verliefd. Een echte Steiff is herkenbaar aan een geel labeltje in het oor, daaraan bevestigd met een vernikkeld knopje: “Knopf im Ohr”. Zoals de huidige oornummers in onze koeien, kalveren, lammeren en schapen, zo ongeveer…

Een bever staat erom bekend, dat hij boomstammen zodanig kan bewerken, dat ze omvallen. Hij schijnt dat in kort tijdsbestek te doen. Hij knaagt net zolang in de rondte  aan zo’n stam, totdat die verandert in een soort zandlopermodel. De topzware boomkroon maakt, dat zelfs een woudreus omtuimelt. Zo ontstaan hele beverburchten, hun veilige wereld.

Mijn Steiffbever kwam in mijn leven toen ik een jaar of veertien was. Mijn moeder had hem gekregen. Zij was er erg blij mee en hij stond op haar nachtkastje. Als ik ’s morgens vroeg wakker was, ging ik wel eens gezellig bij mijn ouders in bed buurten. Zelfs op mijn veertiende, maar je bent de jongste, of je bent het niet! Bever gaf vanaf zijn komst iets extra’s aan deze bedburcht. Vooral toen mijn moeder op een dag van de tandarts terugkeerde met de mededeling, dat haar voortand nu zo dun en slecht was, dat ze een jacket nodig had. Of liever gezegd: twee jackets, want het was beter ook de ernaast gelegen tand te laten behandelen, zodat ze nu, na al die jaren, weer identiek zouden zijn. Positief als altijd zei ze het leuk te vinden nu twee witte voortanden te krijgen.

Mijn moeder was de dochter van een tandarts, die op zijn 56e te vroeg overleed. Ze was een vaderskind en heel erg zuinig op haar gebit. Zij had tot haar 80e nog puntgave gouden vullingen in haar mond, die hij daar had aangebracht. Maar hij moest ooit, tijdens de oorlog, bij de nog jonge vrouw die ze toen was, een wortelkanaalbehandeling uitvoeren aan een van haar voortanden. Deze kleine operatie lukte, maar de tand werd grijs. Ze was mooi, mijn moeder. En dit deed niet af aan haar schoonheid. Ze bleef gul lachen en het gaf haar gezicht iets eigens. Ik hield er erg van, als mijn moeder schaterde en die ene lichtbruine tand zichtbaar werd. Daardoor zou ik haar uit duizenden herkennen. Dat bood nog meer veiligheid. Nu was ik veertien en zou ze ontdaan worden van dit specifieke kenmerk. Jammer.

Op een dag kwam ze thuis. Ze had “noodkronen” gekregen, in afwachting van “de echte”. Deel één van de behandeling zat erop. Ze lachte me blij toe. Ik wist niet wat ik zag. Bevertanden! Onze moeder had de looks van de knabbelaar naast haar bed en ze praatte er zelfs een beetje anders door. Daarmee plaagden we haar. Soms werd ze van de weeromstuit ook “hamstertje” genoemd, of “Knabbel” of “Babbeltje” (naar de Disney-eekhoorns), al naargelang de activiteiten die ze uitoefende. We overdreven het plotseling ontstane, minuscule slisgeluidje, dat we waarnamen en lispelden haar dan vrolijk na. Ze lachte er net zo om als wij, zodat ze nogmaals goed te zien waren, haar bevertanden.

Na enige weken was het eindresultaat bewonderenswaardig mooi, met heel veel dank aan huisvriend en hoogleraar Arndt Käyser uit Nijmegen. Een prachtige lach parelde je tegemoet. Haar kaak bleef mooi roze. Het was alsof dit echt haar natuurlijke voortanden waren. Ze werd niet meer geplaagd. Maar tot haar dood bleef ik haar af en toe liefdevol “Bevertje” noemen en ik ben blij, dat dit beestje nu bij mij thuis in dat puddingschaaltje staat.

Copyright © 2011 Giselle Ecury

De nieuwe dichtbundel van Giselle Ecury is onlangs verschenen, die de titel Vogelvlucht draagt. Dit is haar vierde boek. Eerder verschenen Terug die tijd (gedichten, 2004/2005) en de romans Erfdeel (2006) en Glas in lood (2009). Giselle schrijft regelmatig voor Damespraatjes.


Reageer ook