Column Giselle: Hondenleven

Klein als ik was, kwam ik niet uit boven de boxers van oma. Ze volgden me overal door haar tuin, hun kop ter hoogte van mijn gezicht, mijn arm om hun nek. Van honden houd ik. Je wordt er zo vrolijk van.

Onlangs vroeg iemand me of haar oude Jack Russell Terriër mocht komen logeren. Geen onaardig viervoetertje, een beetje eigengereid, maar dat past wel bij de soort. Ze was welkom. Ik was voorbereid. Vroeger hadden wij een Fox Terriërreu.

We woonden nog op Aruba en kregen hem als pup. Wij, de drie kinderen, streden om zijn liefde. Maar Timmy dribbelde parmantig op eigen wijze door het leven. Berekenend. Zag hij ergens heil in, dan gaf hij zich gewonnen. Slim, waaks en dapper. Maar eigengereid.

Timmy wenste in zijn hoogomheinde tuin geen enkele indringer. Op Aruba bestonden in vrijheid levende katten die de droogte en schaarse moesten zien te overleven. Bij de huizen probeerden ze, soms schurftig en verwilderd, voedsel en water te scoren. Ook bij ons. Maar pup Timmy verdedigde zijn territorium met opgetrokken lip, jaagde zo’n kat – toen nog ongeveer zo groot als hijzelf – een boom in en bleef eronder dansend en springend zijn kans afwachten. Geen moment verloor hij zijn prooi uit het oog. Mijn ouders floten, lokten, dirigeerden hem terug, maar hij bleef gefocust, beet van zich af, liet zich niet afleiden en pakken. Totdat gebeurde, wat hij instinctief verwachtte: de kat probeerde te vluchten. In een oogwenk greep Timmy het wilde beest in zijn nekvel, schudde krachtig en klaar was de klus.

In zijn eerste levensjaar alleen al had hij zeven roofdieren gedood met gevaar voor zichzelf. Eens stonden mijn ouders zich juist aan te kleden voor de vroege zondag ochtendmis. Timmy spotte een langsscharrelende kudde geiten en zodra ontdekt was, dat hij op straat liep – een loslopende hond kon aangereden worden – holde mijn vader in zijn boxershort en met alleen sokken en schoenen aan achter hem aan. Dat hij zich net met scheerschuim had ingezeept, deed niet ter zake. Mijn moeder volgde op roze pantoffeltjes in haar kekke onderjurkje met de hondenriem. Gelukkig liep het goed af.
‘Wat zie jij eruit,’ hijgde mijn moeder lachend op de terugweg tegen mijn vader.
‘En wat dacht je van jezelf?’ antwoordde hij, terwijl de eerste kerkgangers toeterden.

In 1960 gingen we in Nederland wonen. Timmy kon hier nooit loslopen, hij ging altijd zijn neus achterna en op jacht. Mij trok hij horizontaal achter zich aan, dus ik mocht niet met hem uit. Toch bleef hij een eigenwijs vriendje. Toen hij ziek werd, liet hij zich door mij in mijn poppenwagen vervoeren en op een dag moesten we hem helaas laten inslapen. Pleister op de wond was Jason, een gele labrador die over de hoge haag van zijn eigen tuin sprong om bij ons te komen buurten. Op mijn negende wist ik, dat ik later ook zó’n hond wou.

Nu logeert een kleine variant van Timmy bij ons. Ze kwam de kamer binnen, keek rond en deed onmiddellijk een poep op het kleed. Nog net schoof haar baas er een krantje onder. Mijn mond viel verbouwereerd open. Zie je het voor je? Een you tube slapstick waar ik zelf enorm om moest lachen. We gingen meteen maar even wandelen. Binnen krap drie uur lag er echter alweer een plas in de keuken… Nu moet ze dan toch maar verplicht om de twee uur even naar buiten. Daarna ligt madam op de bank (!) en als je naast haar gaat zitten, kijkt ze verstoord op: “Kom je doen? Hier lig ik al. Hoepel op.” Wat een humor. Dit wordt een weekje lachen! Wat heb ik toch een rijk hondenleven!

Neem dan mijn goeiige zwarte labrador, onze super Black Molly, die soms even komt buurten, zich lomp aan je voeten legt. Zij kijkt vanaf haar kussen op, spot de logé op de bank die amper naar haar heeft omgekeken en zucht. We wisselen een blik van verstandhouding.

Ze zegt meer dan duizend woorden. Tja. Ik was voorbereid. En word er toch weer vrolijk van.

Giselle Ecury werkt aan een nieuwe roman. In 2011 schreef zij de inleiding voor het levensverhaal van een in 1996 overleden psychiater en opende ze aan de universiteit van Berkeley met een autobiografisch verhaal een congres. De andere daar aanwezige literator was Adriaan van Dis. Hun verhalen worden opgenomen in een boek. “Vogelvlucht” is haar laatst verschenen dichtbundel (2011). Eerder verschenen “Terug die tijd” (gedichten, 2004/2005) en de romans “Erfdeel” (2006) en “Glas in lood” (2009). Giselle schrijft regelmatig voor Damespraatjes.

Een gedicht uit  “Vogelvlucht” werd onlangs opgenomen in het boek “De 100 beste gedichten”, dat uitkwam ter gelegenheid van de VSB Poëzieprijs.


Reageer ook