Carla (44) heeft een burn-out en schaamt zich kapot

Toen Carla (44) hoorde dat de wereldgezondheidsorganisatie (WHO) burn-out officieel erkend als een zelfstandige beroepsziekte, maakte haar hart een sprongetje. Sinds een half jaar zit communicatiemedewerkster thuis en stuit op louter onbegrip. “Mensen vinden me een aanstelster, als ik kan sporten kan ik toch ook werken? Wat zeur ik nou? Ik word zo verdrietig van die reacties en twijfel ontzettend aan mezelf. Heb ik wel een burn-out?”

Ze vond zichzelf niet het type om een burn-out te krijgen. “Dat was iets voor slappelingen. Ik ging altijd maar door, als er extra werk moest worden verzet, deed ik dat ook, zelfs als dat ten koste van het gezinsleven ging. Mijn oma zei altijd: ‘van werken is nog nooit iemand doodgegaan’ en ik was het met haar eens.”

Fatale fout
Tot die maandag in januari. “De deadline van een grote klus naderde. Omdat mijn collega ziek was, stond ik er alleen voor. Ik merkte dat ik gespannen was. Maandenlang waren we met een campagne voor de overheid bezig en ik wilde zo graag dat het goed ging, dat ons bedrijf de overheid mede dankzij mijn inspanning als klant kon binnenhalen.” Carla was moe, sliep slecht en piekerde veel. “Ik was zo bang dat het zou misgaan, dat ik zou falen en dat ik het dan zou verknallen.” Als de klus klaar is, voelt Carla zich opgelucht. Totdat haar chef haar roept. “Ik had een fatale fout gemaakt waarop verschillende mensen me wezen. Ik voelde me steeds kleiner worden. Het was mijn naaste collega die zei: ‘Joh, Car, ga naar huis en meld je ziek. Je zit er doorheen, al een tijdje’ Ik kon alleen maar zwijgend knikken. Ik pakte mijn tas en ben naar huis gegaan. In de auto prikten de tranen al en thuis gingen de sluizen open.”

Aanstelleritis
De bedrijfsarts adviseert Carla zes weken rust. “Daarna moest ik bij hem terugkomen. Toen ik zei dat ik me nog steeds niet oke voelde, zuchtte hij diep. Het moest nou namelijk al een stuk beter gaan, vond hij.” De bedrijfsarts is niet de enige die regelmatig zucht. Ook haar moeder vindt het onzin dat haar dochter thuiszit. Vindt het maar modern gedoe en aanstelleritis. “Ik ben uitgeput, heb nauwelijks energie. Het enige waar ik plezier in heb en waarvan ik het idee heb dat het goed voor me is, is wandelen. Dat doe ik veel. Het geeft me rust. Ik schaam me rot dat ik me zo beroerd voel en vind mezelf een watje. Elke ochtend als ik wakker word, denk ik: het moet maar afgelopen zijn, ik ga gewoon weer full speed aan het werk. Maar als ik mezelf naar de douche heb gesleept, denk ik: ik kan echt niet, voel me zo moe.”

Man is het zat
In het begin toonde haar man nog wel begrip, maar dat wordt steeds minder. “Patrick wordt het zat. Omdat ik zo weinig energie heb, moet hij veel meer doen. Ook in het huishouden en daar heeft hij geen zin in. Laatst zei hij: ‘ik weet het niet hoor, maar je zit nou twee maanden thuis niks te doen, het lijkt me dat je nu wel bent uitgerust’. Ik wist niet wat ik hoorde en rende naar boven. Ik liet me op het bed vallen en huilde onophoudelijk. Na een kwartier kwam Patrick naar boven en troostte me een soort van, maar ik merkt aan alles dat hij er geen donder van meende.”

Opgejaagd wild
Carla overweegt om maar weer aan de gang te gaan. “Een goede vriendin die ook een burn-out heeft gehad, raadt mij dat af. Zegt dat ik mijn tijd moet nemen. Maar ik word zo onrustig van al die mensen die vinden dat ik me aanstel, dat ik liever weer ga werken. Ookal zijn de gevolgen daarvan misschien groot. Op deze manier kan ik ook niet herstellen. Ik ben echt radeloos en voel me opgejaagd wild. Wat moet ik nou?”

Herkenbaar? Vaak wordt een burn-out weggezet als ‘een beetje overspannen’ terwijl dit absoluut niet het geval hoeft te zijn. Heb je zelf een burn-out gehad? Hoe ging je omgeving daarmee om? Vertel het ons, schrijf je reactie in de comments onder dit artikel!

 


Reageer ook