Alleen op de wereld een verhaal van Giselle Ecury

giselle-lentewandeling.jpg
Vandaag is het windstil. En wanneer je op zo’n dag wandelt door het Schoorlse bos, dan kun je bij tijd en wijle overvallen worden de intense rust. Je hoort werkelijk uitsluitend je voetstap en vooral de vogels die in dit seizoen druk doende zijn elkaar te verleiden met hun lieflijkste liederen en riedels.

    Zo verging het me vanochtend. De zon scheen uitbundig, de hemel was blauwer dan blauw en de grond was nog bedauwd toen we op pad gingen, mijn hond en ik. De route leidt ons eerst door een klein bos met de naam die me altijd doet denken aan dwergen en trollen: het Nollenbos. In het midden ervan bevindt zich een plas, waar in dit jaargetijde een aantal eenden verblijft. De woerden glijden altijd door het water in het kielzog van hun vrouw, alert en beschermend. Ergens tussen het groen op de grond zullen ze hun eieren wel bewaren en bebroeden, maar ik heb nog nooit gezien dat dit werkelijk zo is. Wel zwemt er op een dag zomaar een serie eendenkuikens achter hen aan. Het blijft een wonder der natuur. En verrassend.

    Ook vandaag lag het water er spiegelglad bij. Het leek licht te dampen en maakte het sprookjesbosgevoel groter. Toch laat ik dit trollenbos altijd achter me voor het “grotere werk”. En mijn hond weet dat en vertrouwt erop dat we het hogerop zoeken. Langs de kraaienboom, een holle den met ergens hoog boven ons een rond gat, waar het geschreeuw en lawaai van deze toch wat geheimzinnige vogels uitkomt. Ze hadden het ook vanochtend weer erg druk. Of werden ze bedreigd door een rovende ekster of Vlaamse gaai?
   
    Dan lopen we langs de molen, die er deze ochtend werkeloos bij stond omdat er geen wind te vangen was. Langs de basisschool die vernoemd is naar een verhaal uit 1840 van de Alkmaarse schrijver Nicolaas Beets: Teun de Jager. Een verhaal dat zich afspeelt in en rond “het schrale” Schoorl. Mooi, dat er 101 jaar later een school naar vernoemd is en dat het gebouw er nog steeds zo authentiek bijligt.

    We slaan links af, volgden ook nu het voetpad langs een oude boerderij waar de kippen meestal volop scharrelen rondom een haan en één waakzame gans, waar de hond altijd van onder de indruk is. We steken over, de sluiproute langs de tennisbanen, die vanochtend al druk bespeeld werden. Nog een paar meter en dan gebeurt het.

    Je wordt overvallen door de enorme stilte. Het duingebied, dat hier op zijn hoogst en breedst is en dat zich uitstrekt tussen de Hondsbossche Zeewering en – laten we zeggen – Egmond aan Zee, de grens van de gemeente Bergen.
    Het is elke dag een feest hier te komen, in zomer en winter, bij regen, sneeuw en zon. Tijdens het broedseizoen, dat hier twee keer zo lang duurt als elders, moeten honden aangelijnd worden. Het is niet anders. Als je weet, dat op de grond de zeldzame nachtzwaluw broedt, dan heb je het ervoor over. Althans: ik heb het ervoor over.

    Aan een lange uittrekriem rent mijn hond om me heen, voor me uit, achter me aan. Eigenlijk ervaart ze het helemaal niet als een probleem, dat ze niet los mag lopen. Het is weliswaar een beetje lastiger dan anders, maar niet hinderlijk. Ik ben al blij dat we van september tot maart mogen genieten van onze vrijheid. Voor mij is het glas altijd half vol en het weerhoudt me er niet van om de inhoud te waarderen.

    Nu doe ik dit al jaren. Elke dag is het in het bos identiek en toch ook niet. Maar vanochtend was het echt heel speciaal. Het was dus windstil en ik werd overvallen door de intense rust. Zelfs de zee in de verte hoorde je niet bruisen. De dennen stonden stokstijf en ruisten niet. Hooguit knisperden de dennenappels open door de warmte van de zon. Mijn hond huppelde naast me, keek af en toe blij naar me op, hijgde soms een beetje, wanneer we weer een duintop opgeklommen waren. Op de grond tekenden de schaduwen zich af als een vast tapijt. Geen beweging, niets. Het rook naar groen, naar zee en aarde.
 
    Ruim een uur later, genietend van een van de ons vertrouwde routes, zittend op een bank in de zon, realiseerde ik me, dat ik nog helemaal niemand was tegengekomen. Niemand! Het gebied waar ik doorheen liep, behoorde voor even aan mij en mijn hond. Ik moest denken aan een van mijn favoriete kinderboeken, Alleen op de wereld. Het exemplaar dat ik aan flarden las, was van mijn moeder geweest (en ik kreeg het toen het al kapotgelezen was). Wat het meeste tot mijn verbeelding sprak, was de band tussen mens en hond. Het lopen door velden en langs wegen met eigenlijk niets anders dan die trouwe viervoeter. Zo zag ik ons nu gaan, mijn zwarte labrador op pad naast mij. Ze keek af en toe naar me op met iets van die saamhorigheid in haar blik. Dat blije van die kwispelende staart bevestigde mijn eigen emotie. Dat wij-gevoel, wanneer we in een oogwenk leken te overleggen welke zandweg we nu weer in zouden slaan. Haar schrandere blik, alert, als ze onraad meende te herkennen. Maar er was niemand, niets. Hier liep ik. In een land met ruim 16 miljoen inwoners, in een dorp, waar het toerisme reeds op gang komt. Hier wandelde ik met mijn hond door een hoofdstuk uit Hector Mallot’s boek en het was alsof de tijd had stilgestaan. Alleen op de wereld. Ruim anderhalf uur. Een onvergetelijke eeuwigheid.

Giselle Ecury schrijft proza en poëzie. Vanuit Nederland levert ze af en
toe artikelen aan voor het Antilliaans Dagblad op Curaçao. In
samenwerking met bruidsparen maakt ze een persoonlijke trouwceremonie,
die ze presenteert op de trouwdag. Ook geeft Giselle over allerlei
onderwerpen lezingen. Meer informatie? Zie www.sfeervoltrouwen.nl
Haar meest recente boek heet Glas in lood. Lees
nu Kerensa´s recensie voor Damespraatjes.


Reageer ook