Wat zeg je tegen je kind dat roept: ‘Ik maak je dood’?

Bob was nog maar net vier en zat onwennig op zijn stoeltje in de kleuterklas. Angstig keek hij mij aan. Naast hem zat een meisje. Ze keek haar moeder aan en sprak de woorden: ‘Ik maak je dood.’ Ik bevond me in een ruimte met louter vierjarigen en uit één van hen kwam deze zin. Ik schrok. Maar misschien schrok ik het meest van de reactie van haar moeder. Zij zei: ‘Moet jij opletten wat er gebeurt als je dat doet.’ Ik ben geen opvoedkundige, geen coach maar op mijn klompen voelde ik aan dat dit niet de juiste manier van communiceren was.

Kinderen die een grote mond geven, vinden we doorgaans niet leuk. Ook vinden we ze minder aantrekkelijk als ze boos worden, of niet doen wat jij wilt dat ze doen. Ze hebben maar gewoon naar je te luisteren. Punt. Wist je dat je het gedrag dat kinderen vertonen oproept door de manier waarop jezelf tegen ze praat? Dat zij daarop reageren en je dus eigenlijk een spiegel voorhouden. Wat zijn de valkuilen waarin je als communicerende ouder kunt vallen? We hebben ze op een rijtje gezet.

1. Commanderen. Schiet op, breng je bord naar de keuken. Ga nu naar boven om te douchen. Stop daar onmiddellijk mee. Herkenbaar he? We zeggen het allemaal, maar het doel wordt zelden bereikt. Stel je voor dat je zo op je werk wordt aangesproken. Schiet op, haal koffie, loop naar de printer. Wat denk je dan? Precies: doe het effe lekker zelf. Werkt bij kinderen dus net zo.

2. Beschuldigen en oordelen.“Waarom doe je dat nou? Ben je nou bezig om me kwaad te maken? Waarom?” Ga even terug naar je eigen kantoor. En stel je voor dat je collega dit tegen je zegt. Waarschijnlijk schiet je gelijk in de verdediging. Doet je kind dus ook.

3. Dreigen of waarschuwen. “Luister, als je dit nog een keer doet, dan kan je naar je kamer. Of: “Als ik jou was, zou ik dat niet doen.” Kinderen zijn van nature nieuwsgierig en gaan het geheid nog een keer proberen. Alleen maar om te kijken wat je daadwerkelijk gaat doen. Machtsvertoon werkt altijd averechts. Ik vraag me af wat die moeder die antwoordde op de zin van haar kind: ‘ik maak je dood’ dacht toen ze antwoordde: ‘moet jij opletten wat er gebeurt als je dat doet.’

4. Oplossingen aanbieden. Minder kwetsend, maar kan ook mis worden verstaan. Je kind bouwt met Lego. Het lukt niet. Hij raakt gefrustreerd. Wordt boos. Wil dat Lego-bouwsel door de kamer gooien. Dan kom jij. En je zegt: “Geef maar hier, dan doe ik het.” Fout. Daar zit je kind helemaal niet op te wachten. Hij is gewoon gefrustreerd en wil dat even blijven. Bovendien baalt ie ervan dat ‘jij het wel weer even voor hem oplost. Want jij weet het immers altijd beter.’ Laat hem maar even stoom afblazen, komt goed.

5. Bagatelliseren. Je kind knutselt. Het lukt niet. De oren van de beer die hij van papier maakt, vallen er steeds af. Hij begint te huilen. Jij: “Hee, zo erg is het toch niet? Je bent gewoon moe. Laat het nou.” Nee! Dat wil je kind niet. Hij wil dat die oren blijven plakken. En hij is niet moe. En wat doe jij: jij gaat voorbij aan de gevoelens van je kind.

Herken jij bovenstaande? Heb je tips om met je kind te praten zonder stemverheffing, frustratie of andere emoties? Laat het ons weten in de comments onder dit artikel.


Reageer ook