Ka werkt als een dolle op een hippe flexwerkplek

Ik stam nog uit de tijd dat de redactie in een groot gebouw was gevestigd, met kamertjes. Veel werknemers hadden hun eigen kamer. Sommige moesten delen, maar dan nog zat je hooguit met een man of vier op een kamer.

Daar kon je op je gemak patience spelen op je computer, darten en roken tot je blauw zag zonder dat er ook maar iemand was die daar iets van zei.

Toen het bedrijf iets minder de wind mee had, verkasten we naar een ander gebouw en werden we in een kantoortuin geplant. Een kantoortuin. Dat houdt in veel te veel collega’s op elkaar gepakt, een kakofonie van jewelste en met roken, darten en patience spelen was het gedaan. Iedereen hield elkaar continu in de gaten.

Ook in zo’n kantoortuin zoek je je grenzen op en het voordeel was dat er als een fikse woordenwisseling tussen collega’s ontstond, je je achterover kon leunen om de ruzie te volgen. Niks deur dicht, gewoon lekker in de kantoortuin elkaar voor rotte vis uitmaken.

Inmiddels ben ik mijn eigen directeur dus ik bepaal zelf hoe ik mijn kantoortuin indeel. Dat heeft veel voordelen. Als ik wil patiencen dan doe ik dat. Wil ik even mijn zinnen verzetten door het gooien van een dartpijltje; geen haan die daar naar kraait. Maar het heeft ook nadelen. Een vette ruzie, een dikke roddel: ik hoor ze niet.

Ik lees de laatste tijd van alles over Het Nieuwe Werken. Over flexplekken in hippe gebouwtjes. Damespraatjes heeft zo’n hippe flexwerkplek-toestand. In Amsterdam, naast de sportschool van Arie Boomsma. Ik spitste mijn oren. Daar moest ik heen. En zo geschiedde. Laatst werkte ik, nadat ik eerst over Arie struikelde en hij vrolijk zijn hand opstak, op een hippe flexplek. Het bureau waaraan ik mijn verhalen verzon, was te koop. Evenals de stoel waarop ik met mijn dikke billen zat. Ik zat in een showroom te werken. Af en toe moest ik even opstaan, zodat een potentiële koper even op mijn stoel kon zitten. In de tussentijd liep ik dan naar een andere flexwerker, met een haarknot, en maakte een praatje. Ik vond geweldig. Het werken met een soort van instant-collega’s waar je niks mee moet, maar wel mee kan als je dat wil. Bovendien hoorde ik op mijn flexwerkplek niet de wasmachine piepen. Thuis in mijn zelfgecreëerde kantoortuin hoor ik dat wel. En dan moet ik daar wat mee.

Ik had de dag van mijn leven in de showroom. Maar waar ik het meest gelukkig van werd, waren niet de roddels, niet de ruzies. Nee. Het meest gelukkig werd ik van de koffie. Geen ranzig bakkie automaten leut, maar een met liefde gemaakte cappuccino met hartje door de vrolijke Rich uit Amerika. En dat Rich ook zo’n hipster-knot op zijn hoofd had en een duimring droeg, nam ik voor lief. Want de liefde van de vrouw gaat in dit geval ook door de maag. Geloof mij maar.

Karin van Leeuwen (43 jaar) schrijft vanuit uit haar eigen bedrijf De Gooise Pen en is drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.


1 reactie

Ester -

Klinkt goed. En wist je dat er ook zo’n flexwerkplek dichter bij huis is. Nl. in Bussum bij Het Hoofdkantoor. Weliswaar zonet Arie Boomsma, maar wel met hele lekkere koffie. En op woensdag wordt die met liefde gezet door mij. Zie ik je daar?

Reageer ook