Ka verknalt recept van www.kokenmetkleuters.nl

Wij hebben thuis alle vier onze talenten. Allemaal verschillende dus we vullen elkaar prima aan. Soms denk ik: ‘ze kunnen dan wel zeggen dat ik dat niet kan, ik doe het toch.’ Meestentijds draait dat uit op een fiasco en ben ik het mikpunt van hoon.  

“Told ya so!” grijnst mijn oudste steevast na mijn hoogmoed. Hij spreekt bijvoorbeeld nu al beter Engels dan ik. Hij is tien. Robert schudt alleen maar zijn hoofd en Tommie slaat zijn armpje om me heen. “Maar je bent wel lief,” fluistert hij in mijn oor in de hoop dat íe de situatie en mijn humeur kan redden.

De laatste tijd doe ik zo nu en dan aan zelfreflectie. Het liefst staar ik uit het raam als ik overdenk wat ik allemaal goed kan en waarin ik me kan verbeteren. “Zit je niks te doen mam?” vraagt Bob als hij uit school komt. Ik leg hem uit dat ik naar buiten staarde. “Ja, dat is jouw talent. Jij kan dat heel goed.” Nog net zie ik hoe hij met zijn ogen rolt.

Tijdens zo’n zelfreflectiemomentje realiseer ik me waaraan ik een gebrek heb: geduld. Ik heb altijd haast. Ik loop snel. Praat snel. Schrijf snel. Prima toch? Nee! Als ik snel loopt breek ik altijd mijn nek wel ergens over. Als ik vlot praat snapt geen mens waarover ik het heb. En als ik te gehaast schrijf, maak ik de ene taalblunder na de ander.

In de keuken heb ik ook nauwelijks geduld. Stik jaloers ben ik op moeders die kunnen bakken. Die gewoon uit hun hoofd koekjes uit de oven toveren. Dan ook precies weten hoe de verhoudingen van boter, suiker en bloem is. In het weekend dacht ik: ik ga wat lekkers bakken met Bob en Tom. Ik vroeg Google een ‘simpel, echt heel simpel, recept voor koekjes’ voor me te zoeken.  De ingrediënten van de site www.kokenmetkleuters.nl haalde ik in huis. Ik floot mijn jongens naar de keuken. Ik liet Bob het recept lezen, Tommie de boter, bloem en suiker afwegen. Met het puntje van zijn tong mixte mijn oudste alles goed door elkaar. Ik kneedde het deeg met mijn handen. Kon ik namelijk heel goed. Dacht ik. Alles kleefde aan mijn vingers. Ik moest er balletjes van draaien. Dat ging niet. Het bleef ook aan mijn handen plakken. Met veel geworstel en gevloek kreeg ik het voor elkaar. De mannen legden de deegballen op de bakplaat en maakte met een duim een kuiltje erin. Voor de aardbeienjam. Trots keek ik door het ovenruitje.

Na een half uur ging het belletje. Daar kwamen ze op een drafje aan, die twee. Als aasgieren om me heen. “En? En? En?” wreef Bob in zijn handen. Ik opende de ovendeur. Het rook heerlijk.

Met een verhit hoofd sneed ik de plak koek in stukken terwijl ik nijdig keek naar de foto van de koekjes op de site van koken met kleuters. Prachtig ronde koekjes met een keurig kloddertje jam in het midden zag ik daar. Hoe dan?!

De mannen pakten verbaasd een vierkante platte koek van het schaaltje. Hielden het vragend omhoog. Toen ik me zuchtend omdraaide om naar buiten te staren, hoorde ik het. Heel zachtjes. Maar toch.

‘Told ya so’.

Karin van Leeuwen (45 jaar) is eigenaar van tekstbureau De Gooise Pen. Heeft meer dan twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee mannen Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven (momenteel is ze druk met een boek!) is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool voor spinninglessen en krachttrainingen. Alledrie haar mannen atletieken en Bob en Tom doen daarnaast aan freerunning.


Reageer ook