Ka mist de rollator-race in haar straat

Ik woonde nog maar net in de straat toen ik hem zag struikelen. Mijn oude buurman. Hij zag een boomstronk over het hoofd en hop daar lag hij. Zijn bril in gruzelementen, zijn knie kapot. Ik nam een sprintje om hem op te rapen. Hij zag niet wie ik was. En al had hij mij gezien, dan nog wist hij niet wie ik was omdat we nog geen kennis met elkaar hadden gemaakt.

De plek, een boomstronk omringd door hondendrollen, was verre van ideaal om elkaar nader te leren kennen, maar het was wel de plaats waar wij voor het eerst elkaars hand schudden.

Samen met zijn vrouw woonde hij al vijftig jaar in onze straat. Hij had de buurt zien groeien. Schudde vele buren de hand, zwaaide er evenzoveel uit. Zijn tuintje zag er elk jaar uit om door een ringetje te halen. Halverwege de lente plantte hij talloze gele bloemetjes. Van die ouderwetse waarvan niemand zich meer de naam herinnerde. Buurman wel. De vlijtige liesjes hield hij goed vochtig, de geraniums droog. Zijn tuin was een feest om naar te kijken.

Ze werden ouder, mijn buurman en zijn vrouw. Vertoonden zich niet meer zonder rollator op straat. Liepen achter elkaar alsof ze een wedstrijd hielden. Mijn buurman vertelde dat zijn vrouw minder werd. Ze was in de war. Als ik ’s avonds langs hun huis liep en naar binnen keek, zag ik ze zitten. Samen op de bank. Zij haar hoofd op zijn schouder, hij zijn arm beschermend om haar heen. Het ontroerde me telkens weer.

Die zaterdag stopte een ambulance voor de deur. Ik keek uit het raam en zag hoe de buurvrouw ingesnoerd op een brancard de ziekenauto in werd gereden. Mijn buurman, zijn voorhoofd wissend met een stoffen zakdoek, liep er verslagen achteraan. Door de ambulancemedewerker werd hij de wagen in geholpen.

Zijn vrouw werd opgenomen, was de weg volledig kwijt. Mijn buurman was alleen thuis. Puzzelde. Deed de was. Maakte de wc schoon. Miste zijn vrouw verschrikkelijk.

Twee weken later stopte er wederom een ziekenwagen voor de deur. De mannen in geel met blauwe pakken liepen het tuinpad van mijn buurman in. Hij was van de trap gevallen en brak zijn heup. Geruisloos suisde de ambulance met daarin mijn buurman, de straat uit.

Het zal niet lang duren voordat er op de plek waar jarenlang de gele bloemetjes weelderig bloeiden, waarvan niemand zich de naam herinnert, een te koop-bord in de grond wordt getimmerd.

Ik heb mijn buurman niet meer gezien. Maar als ik mijn ogen dichtdoe, zie ik de rollator-race door de straat en ruik de gele bloemen. Ik hoop dat ze nu samen in het verzorgingscentrum op de bank zitten. Zij met haar hoofd op zijn schouder. Hij met zijn arm beschermend om haar heen. Ja. Dat hoop ik.

Karin van Leeuwen (43 jaar) schrijft vanuit uit haar eigen bedrijf De Gooise Pen en is drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.


Reageer ook