Ka koopt een bos bloemen

Ik loop door dorp, een woeste blik in mijn ogen want ik ben op koopjesjacht. Het stervende V&D koop ik leeg. Van grote stickers die schreeuwen dat het artikel nu met 70 procent korting de deur uitgaat, word ik blij. Zeventig procent! En dan nog maken ze winst op het artikel, gok ik. Januari blijft een saaie maand, maar de uitverkoop maakt het enigszins draaglijk. Met de medewerkers van V&D heb ik wel te doen. Het gonst. Collega’s praten met elkaar over het naderende eind. Wanneer dat is? Niemand die het weet. Ik vang flarden van gesprekken op terwijl ik een uitverkoopbak uitmest op zoek naar de juiste maat.

Het gaat goed met mijn shoprondje voor weinig. Al mijn zelfmeegebrachte tassen puilen uit. Mijn strooptocht besluit ik bij de bloemenwinkel. Het kerststukje met lampjes dat vanaf eind november op tafel staat, is redelijk ingedroogd en ik ben er klaar mee. Tijd voor een frisse, vrolijke bos bloemen. De bloemenman heeft zijn best gedaan. Ik kan niet kiezen. Uiteindelijk val ik voor een bos met rode anjers (kom er maar eens om), en andere prachtige bloemen. “Is het een cadeautje?”, vraagt de bloemenman.

ka

Bepakt en bezakt loop ik naar mijn fiets. Voor de lingeriewinkel staat Ference wat ongelukkig voor zich uit te staren. Ik sla hem op zijn schouder. “Zo, wat goed te maken?”, bromt hij terwijl hij naar mijn bos bloemen wijst. Iets goed te maken? Ja, het overleden kerststukje dat al weken op tafel staat. Annelies, de vrouw van Ference, komt met een gelukzalig hoofd de winkel uit. Die heeft haar slag in de uitverkoop ook geslagen, weet ik. Ik herken die blik. “Feestje?”, doelt ze op mijn blommen. Weer schud ik mijn hoofd. “Wat? Koop jij bloemen voor jezelf?”, roept ze ongelovig uit. “Ja”, valt Ference haar bij, “dat zou De Man moeten doen.” Ik zou niet weten waarom De Man dat moet doen. Ik ben zelf prima in staat een bos bloemen te kopen. Annelies is met stomheid geslagen. “Ik vind dat zo zonde van mijn geld, ik geef dat er niet aan uit. En al dat werk om die bos in een vaas te zetten. Schuin afsnijden enzo, nee niks voor mij”, zegt ze beslist. Ference schudt zijn hoofd. Ik word volkomen voor gek verklaard door dit echtpaar, zoveel is me duidelijk. “De Man heeft wel een belangrijke taak in het bloemenverhaal”, begin ik, “hij zet de bloemen namelijk in de vaas.” Geen woord van gelogen. Hij snijd de bloemen keurig schuin af, dat kan ie echt goed. Ference haalt zijn schouders op. “Weet je wat ik nou niet begrijp”, mompelt Ference, “dat ze zo’n bos niet gewoon van plastic kunnen maken.” Annelies vindt het een enorme dijenkletser, die opmerking van haar man.

Mijn fietst laad ik op met mijn koopjes, in mijn krat zet ik de bos bloemen. De regen komt met bakken uit de lucht. Het doet me niks. Blij met mijn bloemen. Zij houden hoe dan ook van me.

Lees ook: 5 tips om je bloemen langer mooi te houden

Karin van Leeuwen (42 jaar) schrijft vanuit uit haar eigen bedrijf De Gooise Pen en is drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.

 


Reageer ook