Ka gaat met haar mannen naar Artis en drinkt heel veel koffie

“Mam. Maham?” Als ik mijn ogen opendoe, hangt Tommie boven mijn hoofd. Ik moet me oriënteren. Waar ben ik? Ik lig op mijn rug op het gras. De zon schijnt. Om me heen spelen kinderen. Ouders eten een boterhammetje uit een trommel met een postelastiek erom heen. Ik hoor vogelgeluiden. “Het was echt vet gaaf in het aquarium. Ik heb een verpleegsterhaai gezien.”

Artis. Ik ben in Artis. Samen met mijn drie mannen. De Man had vier vrijkaarten. Bob en Tom konden niet wachten om naar Amsterdam te gaan. Ik popelde een stuk minder. Vond wel dat ik het een kans moest geven. Bovendien was een dagje met zijn vieren op pad leuk. Waar we ook heen gingen.

“Ik hoop dat droog blijft. Anders gaan de diertjes vast niet naar buiten,” drukt Tommie zijn neus tegen de smerige tramruit. Hij vraagt of hij al op het knopje mag drukken. Ik schud mijn hoofd. We zijn nog vier haltes verwijderd van de wilde beesten. Ik hoop dat ze goede koffie hebben. Als we het hek op de Plantage Kerklaan passeren, weet ik het weer. Twee keer eerder was ik hier. De eerste keer met een vriend. Meer dan een kwart eeuw geleden. Daarna was ik er om de slangenoppasser voor de krant te interviewen.

Terwijl mijn mannen staren naar lama’s met een ranzige, vervilte vacht, ga ik op koffiejacht. Als ik terugkom met twee dampende bekers, ben ik ze kwijt. In het ergste geval moet ik een sloot koffie wegtikken, denk ik opgewekt. Ik ga zitten op een bankje tegenover het verblijf van de aasgieren. Zie hun gladde nekken waarmee ze easy in kadavers kunnen wroeten. Eentje ligt voor dood op de grond. ‘Geen paniek’ stelt het bordje voor de kooi mij gerust, ‘de aasgier ligt gewoon te chillen’. Opgelucht slenter ik terug naar mijn koffie.

tom-in-artis

Als de verloren moeder die weer terecht is, omhelst Tommie mij op het bankje. Vraagt of ik mee ga naar de olifanten. We passeren de leeuw. Ik zie hoe hij heen en weer loopt. Traag. Verveeld. Geeuwend. “Ja,” zegt mijn kleinste terwijl hij het informatiebordje spelt, “een leeuw slaapt twintig uur per dag. Dat vindt ie eigenlijk het lekkerste.” We lopen door. De olifanten zien we al van verre. Bob neemt een sprintje, herkent de roedel van pluche die hij dagelijks in zijn bed heeft liggen. In zijn kielzog Tommie. Treurig kijken de grijze gevaartes me aan. Opeens zien we een kleintje. Ingewikkeld verhaal: twee dames met een kind zonder man. “Oh, ze zijn lesbisch, denk ik,” concludeert Bob soepel.

Ik heb het eigenlijk wel gehad in de dierentuin. Slenter al een paar uur rond, heb een liter koffie naar binnengeklokt. De Man wijst op het aquarium, Bob en Tom zijn al binnen. Ik onderneem een laffe poging. Enter het donkere verblijf, zie dat het druk is. Maak dankbaar gebruik van mijn ‘ik kan niet zo goed tegen grote groepen in kleine donkere ruimtes-angst’.

Ik zoek een plekje op het grasveld. Ga liggen op mijn rug. Vouw mijn handen op mijn buik, doe mijn ogen dicht. De zon schijnt aangenaam. De stemmen om me heen verdwijnen naar de achtergrond. Ik haal diep adem. Vanzelf val ik in slaap. Een aquariumbezoek lang sudder ik in het stadsdierenpark.

En begrijp de leeuw als geen ander.

Karin van Leeuwen (44 jaar) is eigenaar van tekstbureau De Gooise Pen. Heeft meer dan twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee mannen Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven (momenteel is ze druk met een boek!) is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool voor spinninglessen en krachttrainingen. Alledrie haar mannen atletieken en Bob en Tom doen daarnaast aan freerunning.


Reageer ook