Ka d’r kleinste bezoekt een weekendtandarts

Het is zaterdagmiddag. Mijn mannen zitten thuis en De Man is naar de bouwmarkt. Dat is lastig, want ik moet boodschappen doen. Naar de markt, naar de super. Mijn oudste en jongste vinden het geen punt om even alleen thuis te zijn. Of nou, ze hebben een beter idee: ze gaan naar de speeltuin. De oudste pakt zijn bal en daar gaan ze. Ik zoek mijn tassen bij elkaar, pak mijn telefoon en portemonnee.

Het is heerlijk weer. De zon schijnt, de vogels fluiten. Ik besluit om met een omweg naar de markt te fietsen. Adem diep in. De lente hangt in de lucht als een belofte. Ik mijmer wat. Tot ik mijn mobiel hoor. Het is mijn oudste. Hij praat gehaast. Geschrokken. Ik moet nu thuis komen, zegt hij gedecideerd. Zijn broertje is tegen het klimrek aan gelopen en er is een stuk van zijn voortand af. Het enige dat me op dit moment kan redden is kalmte. Terwijl ik mijn oudste aan de praat houd, fiets ik als een malle naar huis.

Mijn kleinste is doorzichtig en kijkt heel ongelukkig. Ik loop naar hem toe, pak zijn gezicht en kijk naar zijn afgebroken tand. “Het is al een grote mensen-taahaand,” snikt hij. Ik klap mijn laptop open. Zoek naar informatie. Wat te doen bij een afgebroken tand? Dokter Google weet raad. Afgebroken stukje in je mond doen. Hebben we niet. Ik bel de weekendtandarts. Ik vertel de receptioniste wat er is gebeurd. Ze overlegt met een collega. Ik kan ’s avonds om kwart over zeven terecht bij de dienstdoende tandarts.

Mijn kleinste wordt nog witter. Want: dat is niet zijn eigen tandarts Blom waar hij het zo goed mee kan vinden. Waarmee hij een prima band heeft opgebouwd omdat hij een zwak gebit heeft en dus regelmatig in zijn stoel ligt. Ik snap zijn angst als geen ander.

tom-tandarts

We fietsen snel. Ik voel zijn kleine armen stevig om mijn middel, zijn hoofd tegen mijn rug. Als we bij de praktijk zijn, klaart mijn kleinste op. Het ziet er cool uit vindt hij. We wachten op onze beurt. Als we worden geroepen zie ik de verbazing van mijn dappere bonkie. Het is geen man, het is een vrolijke mevrouw. Ze maakt een foto van zijn tand, stelt hem gerust, en ziet dat er een stuk af is. Ze vermoedt dat het allemaal goed komt. Ze legt een laagje om de afgebroken tand en geeft papieren met daarop de uitleg voor tandarts Blom mee. Vrolijk geeft ze mijn kleinste een highfive.

Op de fiets terug overdenkt mijn kleinste zijn tandartsbezoek. Ja. Hij vond deze mevrouw heel aardig. Aardiger dan meneer Blom? Het blijft even stil achter mijn rug. “Dat weet ik nog niet. Maar ze had in elk geval veel coolere schoenen aan dan tandarts Blom.”

De blauwe Nikes met roze logo die zij droeg, waren niet onopgemerkt gebleven.

Karin van Leeuwen (44 jaar) schrijft vanuit haar eigen bedrijf De Gooise Pen en is drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.


Reageer ook