Hoe herken ik Anorexia bij mijn kind?

Met tranen in onze ogen hebben wij de NPO Anorexia Special ‘Emma wil leven’ zitten kijken. In deze documentaire, gemaakt door Jessica Vallerius, zie je beelden van Emma’s strijd tegen de vreselijke ziekte Anorexia. Een strijd die ze helaas heeft verloren… Emma overlijdt. Maar, dit doet ze niet zonder iets achter te laten, ze maakte namelijk zelf een documentaire over haar ziekte. 

“Op haar twaalfde werd Emma gediagnosticeerd met de dodelijke ziekte anorexia nervosa. Dat wat begint met een drang naar controle, resulteert in het verlies van controle. Op achttienjarige leeftijd is ze uitbehandeld en heeft ze nog maar een wens: ze wil naar een kliniek in Portugal, een laatste kans op overleven. Na zes jaar van gedwongen opnamen, extreme eenzaamheid, gedwongen voeding en zware strijd vraagt ze haar ouders het onmogelijke: om haar te laten gaan. Wonder boven wonder krijgt ze in Portugal een enorme opleving. Ze krijgt hoop en legt op camera de belangrijkste beslissing van haar leven vast: ze kiest voor het leven. Maar het blijkt te laat: de schade aan haar lichaam is zo enorm, dat deze het langzaamaan opgeeft. Uiteindelijk bezwijkt Emma tijdens haar strijd. In de film komen Emma zelf, haar artsen, behandelaars, ouders en vriendinnen aan het woord.” Aldus de NPO over de documentaire. Wil je hem terugzien? Dat kan je doen op Npo.nl.

De documentaire zette ook ons aan het denken. We lezen regelmatig over anorexia en hebben ook ooit de vraag gekregen: hoe   herken ik Anorexia bij mijn kind? Deze vraag proberen we vandaag te beantwoorden.

Hoe herken ik Anorexia bij mijn kind?

Voordat we deze vraag beantwoorden, willen we benadrukken dat het diagnostiseren van een eetstoornis alleen gedaan kan worden door een professional. Heb je ook maar ergens het vermoeden dat er sprake zou kunnen zijn van een eetstoornis, neem dan contact op met de huisarts. Hij/zij kan jullie doorverwijzen naar de juiste personen en instanties.

Ook wij zijn geen professionals en hebben daarom de signalen waar je een eetstoornis aankunt herkennen overgenomen van de website van Stichting Human Concern.

Signalen eetstoornis: gewicht

  • Gewichtstoename, gewichtsverlies en/of gewichtsschommelingen;
  • Lichamelijke klachten als gevolg van ondergewicht, ondervoeding en vasten, zoals: kouwelijkheid, blauwe handen, voeten en neus, bleke huidskleur, vermoeidheid, duizeligheid, flauwvallen, slapeloosheid, pijn bij liggen of zitten, haaruitval, onregelmatige menstruatie of het uitblijven daarvan. Let op: menstruatiecyclus verandert: ongebruikt(e) maandverband of tampons in prullenbak. Dit valt echter niet op bij pilgebruik;
  • Wijde, meerdere lagen kleding om gewichtsveranderingen te verbergen, steeds kleding rechttrekken om lichaam te verhullen of zich ‘te koud’ kleden om extra calorieën te verbranden.

Signalen eetstoornis: betekenis en beleving van het figuur en gewicht

  • Het nastreven van een onrealistisch laag ideaal gewicht;
  • Angst om aan te komen, angst om dik te worden;
  • Verstoord lichaamsbeeld;
  • Onevenredig grote invloed van lichaamsvorm, uiterlijk en gewicht op het oordeel over zichzelf;
  • Gevoel van eigenwaarde (‘sterk’, ‘gedisciplineerd’) halen uit controle over het lichaamsgewicht;
  • De overtuiging dat slank zijn gelukkiger maakt;
  • Gewicht bepaalt stemming;
  • Schaamte over eigen lichaam en eetgedrag;
  • Lichamelijk contact vermijden;
  • Neerslachtigheid, piekeren en depressiviteit;
  • Zelfmoordgedachten.

Signalen eetstoornis: het eetpatroon

  • Voedselbeperking. Let onder andere op minder eten, maaltijden overslaan, bepaald voedsel niet meer nemen, lijnen, vasten, voedsel- en vochtweigering, langzaam eten, fake eten, eten kauwen maar weer uitspugen, voedsel weggooien, eetlust onderdrukken door bijvoorbeeld overmatig veel te drinken of mondwater te gebruiken, eten erg klein snijden en dwangmatig rangschikken op het bord;
  • Eetbuien. Let onder andere op het eten van grote (of zo ervaren) hoeveelheden voedsel in korte tijd en daarbij het gevoel de beheersing over het eten kwijt zijn; voedsel hamsteren, voedsel stelen uit voorraad- of koelkast, zeer snel eten zonder te proeven, zoet en zout door elkaar eten, bevroren voedsel eten, uit de prullenbak eten halen;
  • Lichamelijke klachten, zoals misselijkheid, maagpijn, buikpijn, boeren, winderigheid;
  • Overmatig bezig zijn met eten. Zeer geïnteresseerd zijn in informatie over ‘gezond eten’, dieetlijsten samenstellen, recepten verzamelen, voor anderen koken, letten op wat anderen eten;
  • Voedsel indelen in ‘goed’ en ‘slecht’, steeds meer indelen in ‘verboden’ voedselsoorten;
  • Regels en rituelen rondom eetgedrag. Calorieën worden bijvoorbeeld geteld en men hanteert vaste tijden en een bepaalde volgorde;
  • Schuldgevoelens als meer is gegeten dan gepland;
  • Rusteloosheid en spanning met name rondom eetmomenten;
  • Liever alleen eten, sociale situaties vermijden (met name waarbij gegeten wordt), vereenzaming.

Signalen eetstoornis: compenserende maatregelen

  • Zelfopgewekt braken. Zich afzonderen na de maaltijd, schorre hese stem, opgezwollen speekselklieren, geïrriteerde mondhoeken, aangetast tandglazuur, afgesleten snijtanden, tandafdrukken en wondjes op knokkels – en pleisters om deze te camoufleren, puntvormige bloeduitstortinkjes in het gelaat, opgeblazen gezicht, uitdroging, vochtophoping, ongezonde gelaatskleur;
  • Misbruik van laxeermiddelen, plaspillen, klysma’s, eetlustremmers, dieetpreparaten, afslankthee, afslankcrèmes, sigaretten en drugs. Let op: veel gebruik van toiletpapier, diarree, ‘ongelukjes’, veelvuldig bezoek aan verschillende drogisterijen, financiële problemen, bijwerkingen;
  • Overmatig bewegen. Overmatig en dwangmatig sporten, intensieve lichamelijke oefeningen, op ongeschikte tijden of plaatsen en ondanks blessures, voortdurend bewegen, moeite met stilzitten;
  • Perioden van voedselbeperking.

Daarnaast is het belangrijk om te letten op de volgende factoren die een verhoogd risico geven voor het ontwikkelen van een eetstoornis:

Signalen eetstoornis: persoonlijke risicofactoren

Psycho-sociaaal

  • Gebrek aan autonomie en identiteit;
  • Weinig zelfvertrouwen;
  • Negatief zelfbeeld;
  • Negatieve lichaamsbeleving;
  • Negatief lichaamsbeeld;
  • Vertekend lichaamsbeeld;
  • Faalangst;
  • Perfectionisme;
  • Hoge eisen stellen aan zichzelf en anderen;
  • Afhankelijkheid van de goedkeuring van anderen;
  • Aangepast gedrag, kameleongedrag, pleasen, zorgen voor anderen;
  • Denken en handelen in extremen (zwart/wit – goed/slecht);
  • Moeite met uiten van gevoelens en omgaan met conflicten;
  • Moeite met aangeven van grenzen;
  • Moeite met assertiviteit.

Biologisch

  • Aanleg voor overgewicht;
  • Aanleg voor verslavingsgedrag;
  • Aanleg voor depressie;
  • Aanleg voor (hoog- of)overgevoeligheid.

Signalen eetstoornis: omgevingsrisicofactoren

Directe omgeving

  • Sterk prestatiegericht;
  • Gericht op gedrag in plaats van ‘zijn';
  • Gezinscultuur met taboe op het uiten van meningsverschillen en conflicten;
  • Gezinscultuur met taboe op het uiten van gevoelens in zijn algemeenheid;
  • Emotionele mishandeling of verwaarlozing;
  • Overbescherming;
  • Lichamelijk geweld;
  • Seksueel misbruik;
  • Scheiding;
  • Taboe op lichamelijkheid en seksualiteit;
  • Moeder of familielid met eetstoornis;
  • Sport beoefenen waarbij gewicht een rol speelt;
  • Gepest worden.

Cultureel-maatschappelijk

  • Sterk accent op uiterlijk en prestaties (ideaalbeeld);
  • Verwachtingen naar meisjes/vrouwen: afhankelijk en lief versus zelfstandig en assertief zijn;
  • Tendens tot individualisering, waarbij assertiviteit wordt verwacht, net als het uiten van de eigen gevoelens en meningen.

Nogmaals: de diagnose kan alleen door een professional worden gesteld. Heb je ook maar ergens het vermoeden dat er iets niet goed zit? Neem dan contact op met de huisarts. Wil je meer te weten komen over eetstoornissen? Lees dan verder op de website van Stichting Human Concern.


Reageer ook