De 5 grootste onzekerheden waar moeders tegenaan kunnen lopen

Op mijn vierendertigste werd ik voor het eerst moeder. Had al wat jaren erop zitten, door schade en schande wijs geworden, maar van moeder zijn had ik logischerwijs geen kaas gegeten. Ik had altijd wel opgepast. Op mijn buurjongetjes en kinderen uit een ander gezin. Vond ik leuk. Had steevast veel pret met die kinderen. Maar ja, ik zag ze slechts een aantal uur, hooguit een dag. Gedurende mijn aanwezigheid was het feest. Want van mij mochten ze van alles. Daarna vertrok ik weer. .

Mijn eerste zwangerschap verliep prima. Ik zwol enorm op, was op het laatst topzwaar, maar heb me geen moment zorgen gemaakt. Zelfs niet toen Bob vijf weken te vroeg werd geboren en een week in de couveuse verbleef. Een rotsvast vertrouwen dat het allemaal goed zou komen. Bob wordt deze maand tien jaar is een beer van een gozer. Kerngezond.

Nekplooimeting of niet?

Toen ik twee jaar later weer zwanger was, werd ik wat onzekerder. Ik wist wat me te wachten stond. Zou het net zo voorspoedig gaan? Zou het gezond zijn? Ik was nu zesendertig. Zat in een soort gevarenzone. Of ik een nekplooimeting wilde laten doen. Eeeh. Nee. Ik geloof het niet. Of wel? Ik werd ineens een stuk onzekerder over van alles.

Vriendinnen die al moeder waren, zwanger of er aan dachten, hadden gelukkig zo nu en dan ook hun twijfels. Over het moederschap ben ik niet onzeker. Ik volg mijn gevoel. Mijn intuïtie. Kijk naar mijn jongens. Schat in wat ze nodig hebben. Maar kan me voorstellen dat veel moeders onzeker zijn. Ik vroeg mijn vriendinnen met kinderen wat hun grootste onzekerheden zijn waar ze als moeder tegen aan lopen.

De 5 grootste onzekerheden waar moeders tegenaan kunnen lopen

  1. Blijf ik werken of blijf ik thuis voor de kinderen?
    De meeste van mijn vriendinnen kampten met dit dilemma. Niets willen missen van hun kinderen, maar ook hun carrière niet op willen geven. Kinderen naar de opvang? Of lekker thuis op de bank met thee en koek? Als je zo’n vier jaar uit het arbeidsproces verdwijnt, moet je nog maar zien of je daarna terug kunt keren. Thuisblijven kan voor minder stress zorgen. Als je kind ziek is, hoef je niet wanhopig naar oppas te zoeken.
  1. Eet mijn kind wel gezond genoeg?
    Mijn oudste eet alles. Groente, fruit, aardappels, pasta, koek, vis, kaas. Heerlijk. Mijn jongste daarentegen is tamelijk kieskeurig. Alles wat naar gezond neigt, hoeft ie niet. Eet ie niet. Lang heb ik me daar wel wat onzeker over gevoeld. Maar dat doe ik nu niet meer. Omdat ik ervan uitga dat het goedkomt. Ooit.
  1. Heeft mijn kind echt iets, of…?
    Bob en Tom zijn twee bikkels. Ze huilen amper. Als ze dat wel doen, weet ik dat er iets mis is. Echt mis. Ze zijn ook bijna nooit ziek. Vorig jaar sprong mijn oudste op de trampoline op de pink van mijn jongste. Dikke tranen, dik pinkie. Omdat hij het vingertje kon buigen, dacht ik: niet gebroken. Na twee maanden klaagde Tommie nog steeds over zijn pink. Het was een dik worstje. Een bezoek aan het ziekenhuis wees uit: de pink was gebroken geweest. Ai. Sindsdien ben ik alerter dan ooit en oordeel niet zo snel: mwoah, dat valt wel mee.
  1. Waarom ben ik niet zo’n leuke fröbelmoeder?
    Ik ben nogal beperkt in mijn creatieve vermogens. Met taal gaat het me prima af en vraag me anytime een kraanvogel te vouwen en je krijgt ‘m van me. Maar verder… Ik kan niet bakken. Dus cupcakjes met oogjes en haartjes komen niet uit mijn oven. Handwerken is een drama en als er ergens een knoop vanaf is, breng ik het betreffende kledingstuk naar die leuke Turkse man die zo handig met draad en naald is. Keek ik naar van de creabea-moeders en dan brak het zweet me uit. Gelukkig hebben mijn mannen het knutseltalent prima ontwikkeld en zijn ze er reuze handig in.
  1. Een driftbui in de supermarkt. En dan?
    Ik ken het niet. Driftbuien van peuters in de supermarkt. Bob en Tom hadden daar geen last van. Maar ik heb ze gezien, die rood aanlopende, bijna stikkende tweejarigen die krijsend op de grond lagen. Een vriendin van mij had zo’n peuter. Wanhopig werd ze van de omstanders. Die afkeurend keken. Zeker als mijn vriendin gewoon de andere kant opliep en haar dochter liet schreeuwen. Dat advies had ze van het consultatiebureau gekregen. Het werkte steevast. Na een jaar was het over. Kwestie van een lange adem hebben.

Waar word jij onzeker van als moeder? Daar zijn we benieuwd naar. Praat met ons mee in de comments onder dit artikel.


Reageer ook